Ronald Hooghart, “Hoogie” in de volsmond, heeft zich niet van zijn beste zijde doen zien!
Onlangs zette de radiojournalist Cliff “Limbo”Limburg, hem in een interview compleet schaakmat, zodanig dat die Hooghart daar echt geen pap van lustte.
Dit verklaard waarschijnlijk de uiterst vijandige houdig van hem tegen over deze journalist.
In een vakbondsvergadering, waarbij ook andere mediawerkers aanwezig waren, vond Hoogie het nodig het vertrek te eisen van de”jongens van Sky Radio” (waar Limburg werkzaam is).
De andere aanwezige journalisten gaven een zeldzaam staaltje van a-solidairiteit te zien; inplaats van allen die vergadering te verlaten en Hooghart te laten stikken, bleven ze netjes aanwezig.
Geen één die zelfs een protest liet horen, grotere lafaards zijn nauwelijks denkbaar en eigenlijk het beroep van journalist onwaardig.
Tot op heden hebben slechts het dagblad De West en de spotprent-tekenaar van De Ware Tijd iets ter ondersteuning van Limburg gezegd.
Natuurlijk; kritische journalisten met lef zoals Limbo zijn dun gezaaid en zeker niet geliefd bij degenen die liever stroop om de mond gesmeerd krijgen of in het geniep hun duistere praktijken willen uitvoeren.
Dat sommigen niet inzien dat met zo’n handelswijze als die van Hooghart de deur voor afglijden van een vrije pers wagenwijd wordt opengezet is onbrijpelijk.
Hebben sommigen dan niets uit de militaire periode voor wat dit betreft geleerd?
Het kan dat een aantal van de mediawerkers broodvrees hebben, immers ook bij sommige eigenaren en de staatsmedia spelen belangen.
Dit neemt niet weg dat journalisten ook onder moeilijke omstandigheden bereid dienen te zijn hun werk doen.
De beste bescherming is daarom een goed georganiseerde journalisten-vereniging die opkomt voor alles wat met vrije meningsuiting te maken heeft en begrijpt dat solidariteit geboden is.
Uiteraard betekent een vrije pers niet dat men een vrijbrief heeft om niet geverifieerde berichten- en lasterpraat te verspreiden maar in het onderhavige geval was daar geen sprake van.
De staatsmedia zijn geen eigendom van een toevallige regering en deze dient te beseffen dat het niet de bedoeling is dat slechts neutrale programmas en propaganda de ether in moeten.
Het zou van goed beleid getuigen als ze niet bang zouden zijn om kritische programmas tegen het eigen beleid toe te staan.
Sommige particuliere media-eigenaren moeten eens inzien dat hun commerciele en soms politieke belangen geen sta in de weg mogen zijn voor kritische nieuwsgaring en berichtgeving.
Ze dienen allen te begrijpen dat een vrije pers gekoesterd moet worden en een verworvenheid van de totale gemeenschap is.
DE VRIJE PERS
Door Kurt Jessurun
zondag 17 juni 2007
Gepubliceerd in Artikelen |
Comments Off
zondag 17 juni 2007
25 NOVEMBER
Door Kurt Jessurun
zondag 17 juni 2007
Het is weer eens Onafhankelijkheidsdag waarbij we geacht worden deze dag op gepaste wijze te vieren.
Of er iets te vieren valt is voor velen een open vraag want als men kijkt wat er sinds die gedenkwaardige dag in 1975 van al die idealen terecht gekomen is stemt dit inderdaad tot nadenken.
Het verval op vele fronten is nadrukkelijk waarneembaar en het uiteen vallen van de maatschappelijke orde is duidelijker dan ooit.
Hoevelen onder ons hebben nog geloof in vooruitgang en modernisering van dit land?
In herstel van waarden, in politieke hervorming, in een maatschappij waarbij respect voor Suriname en de Surinamer centraal staat?
Hoevelen zijn niet aan de zelfkant van de maatschappij geraakt en hoevelen doen er niet alles aan om dit land te ontvluchten op zoek naar een betere toekomt?
Wie geen vreemdeling in Jeruzalem is weet het antwoord op deze vragen zonder aarzelen te geven.
Elk jaar hopen wij op het andere, het betere en elke keer is de teleurstelling daarom des te groter.
Mischien moeten we minder hopen maar meer doen; niet steeds weer díe leiders kiezen die elke keer bewezen hebben de job om dit land naar grotere hoogten te stuwen, niet te kunnen klaren.
Het spreekwoord “politiek is de dwaasheid van velen ten voordele van enkelen” spreekt in dit verband boekdelen.
Minder passief zijn; het lot in eigen handen nemen en vooral: zelf initiatieven ontplooien.
100% controle op de regering en assemblee uitoefenen, eisen van beleidsmakers dat ze harder- en vooral doelgerichter aan de opbouw van de natie werken.
De mogelijkheden zijn immers uitmuntend; de globaliserende wereld is een open speelveld en gezien onze natuurlijke rijkdommen is “the sky the limit”!
Neen , ik heb het niet over een uitverkoop maar over investeren in de toekomst door middel van de juiste onderhandelingen met multi-nationals en wat we zelf kunnen niet door anderen laten doen.
Doelgericht aan de jongeren die dit land zo aanstonds overnemen en aan het Suriname van de 21ste eeuw werken.
Geen internationale boemer zijn maar trotse Surinamers die in de eeste plaats geloof in eigen kracht hebben en ervan overtuigd zijn dat ze zich met een ieder en elk land kunnen meten.
Dit hoeft geen droom te zijn maar werkelijkheid zolang we er zelf in geloven; aan óns is het gelegen!
Onze leiders behoren ons voor te gaan maar de toekomst wordt door het volk geschapen.
Lang Leve de Republiek Suriname!
Gepubliceerd in Artikelen |
Comments Off
zondag 17 juni 2007
Het is weer eens Onafhankelijkheidsdag waarbij we geacht worden deze dag op gepaste wijze te vieren.
Of er iets te vieren valt is voor velen een open vraag want als men kijkt wat er sinds die gedenkwaardige dag in 1975 van al die idealen terecht gekomen is stemt dit inderdaad tot nadenken.
Het verval op vele fronten is nadrukkelijk waarneembaar en het uiteen vallen van de maatschappelijke orde is duidelijker dan ooit.
Hoevelen onder ons hebben nog geloof in vooruitgang en modernisering van dit land?
In herstel van waarden, in politieke hervorming, in een maatschappij waarbij respect voor Suriname en de Surinamer centraal staat?
Hoevelen zijn niet aan de zelfkant van de maatschappij geraakt en hoevelen doen er niet alles aan om dit land te ontvluchten op zoek naar een betere toekomt?
Wie geen vreemdeling in Jeruzalem is weet het antwoord op deze vragen zonder aarzelen te geven.
Elk jaar hopen wij op het andere, het betere en elke keer is de teleurstelling daarom des te groter.
Mischien moeten we minder hopen maar meer doen; niet steeds weer díe leiders kiezen die elke keer bewezen hebben de job om dit land naar grotere hoogten te stuwen, niet te kunnen klaren.
Het spreekwoord “politiek is de dwaasheid van velen ten voordele van enkelen” spreekt in dit verband boekdelen.
Minder passief zijn; het lot in eigen handen nemen en vooral: zelf initiatieven ontplooien.
100% controle op de regering en assemblee uitoefenen, eisen van beleidsmakers dat ze harder- en vooral doelgerichter aan de opbouw van de natie werken.
De mogelijkheden zijn immers uitmuntend; de globaliserende wereld is een open speelveld en gezien onze natuurlijke rijkdommen is “the sky the limit”!
Neen , ik heb het niet over een uitverkoop maar over investeren in de toekomst door middel van de juiste onderhandelingen met multi-nationals en wat we zelf kunnen niet door anderen laten doen.
Doelgericht aan de jongeren die dit land zo aanstonds overnemen en aan het Suriname van de 21ste eeuw werken.
Geen internationale boemer zijn maar trotse Surinamers die in de eeste plaats geloof in eigen kracht hebben en ervan overtuigd zijn dat ze zich met een ieder en elk land kunnen meten.
Dit hoeft geen droom te zijn maar werkelijkheid zolang we er zelf in geloven; aan óns is het gelegen!
Onze leiders behoren ons voor te gaan maar de toekomst wordt door het volk geschapen.
Lang Leve de Republiek Suriname!
MIDDENKLASSE
Door Kurt Jessurun
zondag 10 juni 2007
In de broeja van de discussie rondom de 100% controle, is de essentie van het bezoek van minister Van Ardenne er bekaaid vanaf gekomen.
Het uitvoeren van de sectorplannen, met name op het gebied van onderwijs en hervorming van het overheidsapparaat, stagneren ernstig.
De Nederlandse bewindsvrouwe heeft zich hierover duidelijk uitgelaten.
Hoewel de manier waarop- en de gehanteerde toon velen, inclusief uw kolumnist, in het verkeerde keelgat zijn geschoten moet helaas worden toeggegeven dat we er niet veel van bakken.
De locale benuttingscapacitiet is volstrekt onvoldoende; niet in de laatste plaats omdat we gewoon de mensen hiervoor niet voorhanden hebben.
Geen wonder; de middenklasse waaruit diegenen komen die ontwikkelingsdoelen kunnen uitvoeren komen, is vrijwel weggevaagd door decennia-lange verwaarlozing van deze.
Opeenvolgende regeringen hebben toegestaan dat onze beste mensen het land zijn ontvlucht en zijn neergestreken in het voormalige moederland.
Het trieste gevolg van dit alles is dat we nu onvoldoende gekwalificeerd kader hebben om al die mooie plannen van Van Ardenne en van Ravenswaay uit te voeren!
Minister van Ravenswaay, zelf een wetenschapper afkomstig uit de middenklasse, behoort dit bij uitstek te weten.
Ons onderwijs stagneert al járen in zo’n ernstige mate dat deze de vraag naar kader absoluut niet kan bijbenen en degenen die voor studie vertrekken keren meestal ook al niet terug.
Indien dit land geen kans ziet om naast het optrekken van ons onderwijs gedegen krachten naar ons land te halen, zal de ontwikkeling dat toch al uiterst langzaam gaat, tot een knarsende stilstand komen.
In de Regeringsverklaring is nergens op concrete wijze aangegeven wie de ontwikkeling die deze regering zegt voor te staan, zal moeten uitvoeren.
In de praktijk merken we dat vanwege het ontbreken van een goed immigratieplan allelei Chinezen en Brazilianen, totaal ongeschoolde krachten, vele activiteiten ontplooien.
Als er van overheidswege wordt gedacht dat dit de beoogde ontwikkeling moet brengen zal na een aantal jaren blijken dat de plank weer volledig misgeslagen is.
Indien we geen gerichte immigratie van vooral beter opgeleide mensen bevorderen, bij voorkeur latente Surinamers en eventueel autochtone Nederlanders, zal werkelijke vooruitgang slechts een mooie droom blijken te zijn.
Sommigen zullen tegen dit laatste zijn maar dat kan komen omdat ze concurrentie vrezen en de politieke partij waartoe ze behoren voor het karretje willen spannen om een eng eigen- en groepsbelang te verdedigen.
Wat hebben we echter te verliezen; zoals het nu gaat maken we een versnelde val en de landing kan weleens te hard blijken te zijn….
Gepubliceerd in Artikelen |
Comments Off
zondag 10 juni 2007
In de broeja van de discussie rondom de 100% controle, is de essentie van het bezoek van minister Van Ardenne er bekaaid vanaf gekomen.
Het uitvoeren van de sectorplannen, met name op het gebied van onderwijs en hervorming van het overheidsapparaat, stagneren ernstig.
De Nederlandse bewindsvrouwe heeft zich hierover duidelijk uitgelaten.
Hoewel de manier waarop- en de gehanteerde toon velen, inclusief uw kolumnist, in het verkeerde keelgat zijn geschoten moet helaas worden toeggegeven dat we er niet veel van bakken.
De locale benuttingscapacitiet is volstrekt onvoldoende; niet in de laatste plaats omdat we gewoon de mensen hiervoor niet voorhanden hebben.
Geen wonder; de middenklasse waaruit diegenen komen die ontwikkelingsdoelen kunnen uitvoeren komen, is vrijwel weggevaagd door decennia-lange verwaarlozing van deze.
Opeenvolgende regeringen hebben toegestaan dat onze beste mensen het land zijn ontvlucht en zijn neergestreken in het voormalige moederland.
Het trieste gevolg van dit alles is dat we nu onvoldoende gekwalificeerd kader hebben om al die mooie plannen van Van Ardenne en van Ravenswaay uit te voeren!
Minister van Ravenswaay, zelf een wetenschapper afkomstig uit de middenklasse, behoort dit bij uitstek te weten.
Ons onderwijs stagneert al járen in zo’n ernstige mate dat deze de vraag naar kader absoluut niet kan bijbenen en degenen die voor studie vertrekken keren meestal ook al niet terug.
Indien dit land geen kans ziet om naast het optrekken van ons onderwijs gedegen krachten naar ons land te halen, zal de ontwikkeling dat toch al uiterst langzaam gaat, tot een knarsende stilstand komen.
In de Regeringsverklaring is nergens op concrete wijze aangegeven wie de ontwikkeling die deze regering zegt voor te staan, zal moeten uitvoeren.
In de praktijk merken we dat vanwege het ontbreken van een goed immigratieplan allelei Chinezen en Brazilianen, totaal ongeschoolde krachten, vele activiteiten ontplooien.
Als er van overheidswege wordt gedacht dat dit de beoogde ontwikkeling moet brengen zal na een aantal jaren blijken dat de plank weer volledig misgeslagen is.
Indien we geen gerichte immigratie van vooral beter opgeleide mensen bevorderen, bij voorkeur latente Surinamers en eventueel autochtone Nederlanders, zal werkelijke vooruitgang slechts een mooie droom blijken te zijn.
Sommigen zullen tegen dit laatste zijn maar dat kan komen omdat ze concurrentie vrezen en de politieke partij waartoe ze behoren voor het karretje willen spannen om een eng eigen- en groepsbelang te verdedigen.
Wat hebben we echter te verliezen; zoals het nu gaat maken we een versnelde val en de landing kan weleens te hard blijken te zijn….
REALITY CHECK
Door Kurt Jessurun
zondag 10 juni 2007
Er is weer heisa rondom de controles op Schiphol gepleegd op reizigers afkomstig uit Suriname.
De president is razend; ministers en assembleeleden roeren zich danig waarbij allemaal zich in de commotie blijkbaar niet bewust zijn dat emoties geen oplossingen zullen brengen!
In een wereld die steeds onveiliger wordt en de illegale drugstransporten ook via luchthavens verloopt, is het begrijpelijk dat autoriteiten strenge voorzieningen treffen om dit alles in te dammen.
Als hierbij de onervarenheid van Surinaamse beleidsmakers met betrekking tot het bovenstaande komt, dan zijn dit inderdaad de ingredienten voor een explosief mengsel.
De 100% controle was al een tijdje aan de gang; slechts toen een aantal poltici hier het slachtoffer van werd trok men aan de bel.
Blijkbaar vond men het niet nodig om voor andere reizigers op te komen maar toen ze zelf het slachtoffer hiervan werden was Leiden in last!
Door onbekendheid met internationale veiligheidsregels wisten de ministers Amafo en Williams niet dat iedereen, met uitzondering van staatshoofden, door metaaldetectors welke op luchthavens staan moeten gaan.
Door hun misgenoegen hierover te laten blijken hebben ze zich, zeker internationaal, behoorlijk te kijk gezet.
Als wij in Suriname regels aan de laars lappen door buitenlandse gezagdragers hiervan vrij te stellen, overtreden we daarmee internationale veiligheidsnormen welke de Republiek duur te staan kunnen komen.
Als wij zo dom zijn om elke willekeurige buitenlandse hoogwaardigheids-bekleder met loeiende sirene van Zanderij te halen, waarbij de dolle agenten iedereen naar de kant drukken, dan zijn wij getikt; belachelijker kan het haast niet!
Om het probleem met Den Haag over de manier waarop Surinaamse reizigers worden onderzocht op te lossen moet er uitputtend diplomatiek overleg worden gevoerd; boos worden lost zeker niets op.
Kinderachtige signalen zoals beleefdheidsbezoeken afzeggen, zonder precies te zeggen wáárom het gaat, worden internationaal als onvolwassenheid gezien.
Regering, begin alvast om ook hoge gasten bij aankomst- en vertrek op strenge doch correcte wijze alle internationaal gebruikelijke onderzoeken te laten ondergaan zoals visitatie, verplichte passering door de metaaldetector en indien nodig, lijfelijke visitatie.
Stel het persoonlijk inchecken in en natuurlijk, absoluut geen auto die tot aan de vliegtuigtrap rijdt om de gast te laten uitstappen; ik zie zoiets al op Schiphol gebeuren!
Werk volgens internationaal protocolair gebruik maar voeg er absoluut niets aan toe.
Uiteraard zal dit alles ook met de eigen gezagdragers moeten gebeuren; immers ministers, assembleeleden en ambassadeurs zijn ook mensen die aan verleidingen worden blootgesteld.
Het zijn gewone Surinamers zoals u en ik en het gezegde: “de gelegenheid maakt de dief” gaat tenslotte voor iedereen op!
Gepubliceerd in Artikelen |
Comments Off
zondag 10 juni 2007
Er is weer heisa rondom de controles op Schiphol gepleegd op reizigers afkomstig uit Suriname.
De president is razend; ministers en assembleeleden roeren zich danig waarbij allemaal zich in de commotie blijkbaar niet bewust zijn dat emoties geen oplossingen zullen brengen!
In een wereld die steeds onveiliger wordt en de illegale drugstransporten ook via luchthavens verloopt, is het begrijpelijk dat autoriteiten strenge voorzieningen treffen om dit alles in te dammen.
Als hierbij de onervarenheid van Surinaamse beleidsmakers met betrekking tot het bovenstaande komt, dan zijn dit inderdaad de ingredienten voor een explosief mengsel.
De 100% controle was al een tijdje aan de gang; slechts toen een aantal poltici hier het slachtoffer van werd trok men aan de bel.
Blijkbaar vond men het niet nodig om voor andere reizigers op te komen maar toen ze zelf het slachtoffer hiervan werden was Leiden in last!
Door onbekendheid met internationale veiligheidsregels wisten de ministers Amafo en Williams niet dat iedereen, met uitzondering van staatshoofden, door metaaldetectors welke op luchthavens staan moeten gaan.
Door hun misgenoegen hierover te laten blijken hebben ze zich, zeker internationaal, behoorlijk te kijk gezet.
Als wij in Suriname regels aan de laars lappen door buitenlandse gezagdragers hiervan vrij te stellen, overtreden we daarmee internationale veiligheidsnormen welke de Republiek duur te staan kunnen komen.
Als wij zo dom zijn om elke willekeurige buitenlandse hoogwaardigheids-bekleder met loeiende sirene van Zanderij te halen, waarbij de dolle agenten iedereen naar de kant drukken, dan zijn wij getikt; belachelijker kan het haast niet!
Om het probleem met Den Haag over de manier waarop Surinaamse reizigers worden onderzocht op te lossen moet er uitputtend diplomatiek overleg worden gevoerd; boos worden lost zeker niets op.
Kinderachtige signalen zoals beleefdheidsbezoeken afzeggen, zonder precies te zeggen wáárom het gaat, worden internationaal als onvolwassenheid gezien.
Regering, begin alvast om ook hoge gasten bij aankomst- en vertrek op strenge doch correcte wijze alle internationaal gebruikelijke onderzoeken te laten ondergaan zoals visitatie, verplichte passering door de metaaldetector en indien nodig, lijfelijke visitatie.
Stel het persoonlijk inchecken in en natuurlijk, absoluut geen auto die tot aan de vliegtuigtrap rijdt om de gast te laten uitstappen; ik zie zoiets al op Schiphol gebeuren!
Werk volgens internationaal protocolair gebruik maar voeg er absoluut niets aan toe.
Uiteraard zal dit alles ook met de eigen gezagdragers moeten gebeuren; immers ministers, assembleeleden en ambassadeurs zijn ook mensen die aan verleidingen worden blootgesteld.
Het zijn gewone Surinamers zoals u en ik en het gezegde: “de gelegenheid maakt de dief” gaat tenslotte voor iedereen op!
SPELEN MET DE TOEKOMST
Door Kurt Jessurun
zondag 10 juni 2007
De kiem voor ontwikkelingen in de toekomst wordt in het heden gelegd; als we morgen een goede oogst willen hebben moet er vandaag gezaaid worden.
Suriname plukt zeer wrange vruchten van slechte deals in het verleden met multi- nationals gesloten.
Bijvoorbeeld de zo becritiseerde Cambior-deal, waarbij ons goud voor bijna gratis weggaat; of de Brokopondo Overeenkomst welke aan de Alcoa voor 75 jaar allerlei ongekende voordelen gaf.
Geen regering sinds de tijd van premier Ferrier heeft de moed gehad om met deze maatschappij her-onderhandelingen hierover te openen.
Nu blijkt dan de regering binnenkort gaat onderhandelen met de Alcoa [moedermaatschappij van de Suralco] en BHP Billiton over ontginning en eventuele verwerking van de bauxiet-voorkomens in West Suriname.
Volgens de directeur van Suralco bestaan plannen voor een geintegreerd verwerkingsbedrijf er vooalsnog niet.
Kan best, maar hij is slechts een koerier en hoeft zeker niet alles te weten wat er in de Alcoa top wordt besloten.
Ondertussen is men op nikkel gestoten; “benne” benieuwd naar wie déze concessie gaat.
Hoe het ook zij, onderhandelingen door de regering en locale experts, die vaak niet eens hun huishoudboekje kunnen balanceren, met deze geslepen beroepsonderhandelaars die dagelijks op de internationale kaptaalmarkt met vele tientallen miljarden dollars schuiven, is natuurlijk gedoemd om in het voordeel van Alcoa te eindigen.
Dit is het zelfde als een gevecht van Mike Tyson tegen onze locale bokskampoen; dit eindigt zonder twijfel in een knockout ten voordele van Tyson in de eerste seconden!
Wat er nodig is om succesvol deze komende onderhandelingen af te sluiten, is om net zulke bikkelharde onderhandelaars als de Alcoa aan tafel te brengen.
Jammer genoeg hebben we deze niet in dit land; niemand heeft ooit op dit niveau geopereerd.
Assistentie moeten worden ingeroepen van de besten op dit gebied en het geld aan deze professionals betaald zal ruimschoots terug verdiend worden door de meeropbrengsten welke in ‘lands kas zullen vloeien.
Van deze regering hoeven we zoals reeds is gebleken, weinig goeds te verwachten; de samenleving zal waakzaam moeten zijn dat er niet voor de zoveelste keer met hun belang gesold wordt.
In ieder geval van deze kant hoeft de regering niet op enige genade te rekening indien er wéér met de toekomst van dit land gespeeld wordt.
Gepubliceerd in Artikelen |
Comments Off
zondag 10 juni 2007
De kiem voor ontwikkelingen in de toekomst wordt in het heden gelegd; als we morgen een goede oogst willen hebben moet er vandaag gezaaid worden.
Suriname plukt zeer wrange vruchten van slechte deals in het verleden met multi- nationals gesloten.
Bijvoorbeeld de zo becritiseerde Cambior-deal, waarbij ons goud voor bijna gratis weggaat; of de Brokopondo Overeenkomst welke aan de Alcoa voor 75 jaar allerlei ongekende voordelen gaf.
Geen regering sinds de tijd van premier Ferrier heeft de moed gehad om met deze maatschappij her-onderhandelingen hierover te openen.
Nu blijkt dan de regering binnenkort gaat onderhandelen met de Alcoa [moedermaatschappij van de Suralco] en BHP Billiton over ontginning en eventuele verwerking van de bauxiet-voorkomens in West Suriname.
Volgens de directeur van Suralco bestaan plannen voor een geintegreerd verwerkingsbedrijf er vooalsnog niet.
Kan best, maar hij is slechts een koerier en hoeft zeker niet alles te weten wat er in de Alcoa top wordt besloten.
Ondertussen is men op nikkel gestoten; “benne” benieuwd naar wie déze concessie gaat.
Hoe het ook zij, onderhandelingen door de regering en locale experts, die vaak niet eens hun huishoudboekje kunnen balanceren, met deze geslepen beroepsonderhandelaars die dagelijks op de internationale kaptaalmarkt met vele tientallen miljarden dollars schuiven, is natuurlijk gedoemd om in het voordeel van Alcoa te eindigen.
Dit is het zelfde als een gevecht van Mike Tyson tegen onze locale bokskampoen; dit eindigt zonder twijfel in een knockout ten voordele van Tyson in de eerste seconden!
Wat er nodig is om succesvol deze komende onderhandelingen af te sluiten, is om net zulke bikkelharde onderhandelaars als de Alcoa aan tafel te brengen.
Jammer genoeg hebben we deze niet in dit land; niemand heeft ooit op dit niveau geopereerd.
Assistentie moeten worden ingeroepen van de besten op dit gebied en het geld aan deze professionals betaald zal ruimschoots terug verdiend worden door de meeropbrengsten welke in ‘lands kas zullen vloeien.
Van deze regering hoeven we zoals reeds is gebleken, weinig goeds te verwachten; de samenleving zal waakzaam moeten zijn dat er niet voor de zoveelste keer met hun belang gesold wordt.
In ieder geval van deze kant hoeft de regering niet op enige genade te rekening indien er wéér met de toekomst van dit land gespeeld wordt.
VRIJE DAGEN
Door Kurt Jessurun
zondag 10 juni 2007
Zo…, de viering van het Ied Ul Fitre is weer achter de rug en Suriname is op dinsdagmorgen uit een winterslaap ontwaakt.
Inderdaad, hoewel veel Moslims deze feestdag op gepaste wijze hebben gevierd, heeft het merendeel der landgenoten er een long weekend van gemaakt dat in ledigheid werd doorgebracht.
Behalve de Chinezen dan want hun winkels zijn tij en ontij open, een gegeven waar Surinamers dankbaar gebruik van maken om tot in de kleine uurtjes van alles en nog wat te kopen.
Er zijn weinig landen met zoveel feest cq. vrije dagen als het onze en dan te bedenken dat we slechts een middelmatig Derde Wereld land zijn.
Je zou toch denken dat we alle tijd zouden moeten geven om te arbeiden teneinde dit land op te stuwen in de rij der naties.
Niets van dit alles hoor want in plaats dat de regering bekijkt om het aantal vrije dagen te verminderen en zo meer productieve uren te scheppen, doet ze genoegzaam, uit eng politiek belang, er eentje bij [met mischien op korte termijn nog een Chineze feestdag er aan toegevoegd]!
Ons productiviteit-niveau is niet hoog, de ambtenarij bijvoorbeeld werkt minder dan de gangbare 40 uur per week van de particuliere sector.
Als we kijken wat er dan nog in die tijd wordt gepresteerd dan is het werkelijk om te huilen. Niet dat in de locale particuliere sector het prestatie niveau zo hoog is; verre van dat. Immers, als we dit vergelijken met de hier operende multinationals dan staat dit in schril contrast.
Bedenkt men echter dat deze maatschappijen vrijwel vollédig met landgenoten werken, dan wordt het duidelijk dat het niet aan de Surinamer ligt maar meer aan de leiding en waarschijnlijk de betere betaling.
Als gunstige uitzondering op het voorgaande kan waarschijnlijk Staatsolie genoemd worden [waar de prestaties op een hoog niveau zijn].
Willen we op korte termijn aansluiting vinden bij de meer ontwikkelde landen dan zal welvaart en welzijn gekoppeld moeten worden aan hogere productiviteit; prestatie dient beloond te worden en niet het niets doen.
Het is echter geboden dat onze Overheid, waar het motto is om de ambtenaren als stemvee te gebruiken, niet weer een sta in de weg zal zijn want alle mooie praatjes over hun Public Sector Reform plannen ten spijt loop de productiviteit steeds meer terug; hoe willen we dan in hemelsnaan grootse dingen in dit land doen?
Gepubliceerd in Artikelen |
Comments Off
zondag 10 juni 2007
Zo…, de viering van het Ied Ul Fitre is weer achter de rug en Suriname is op dinsdagmorgen uit een winterslaap ontwaakt.
Inderdaad, hoewel veel Moslims deze feestdag op gepaste wijze hebben gevierd, heeft het merendeel der landgenoten er een long weekend van gemaakt dat in ledigheid werd doorgebracht.
Behalve de Chinezen dan want hun winkels zijn tij en ontij open, een gegeven waar Surinamers dankbaar gebruik van maken om tot in de kleine uurtjes van alles en nog wat te kopen.
Er zijn weinig landen met zoveel feest cq. vrije dagen als het onze en dan te bedenken dat we slechts een middelmatig Derde Wereld land zijn.
Je zou toch denken dat we alle tijd zouden moeten geven om te arbeiden teneinde dit land op te stuwen in de rij der naties.
Niets van dit alles hoor want in plaats dat de regering bekijkt om het aantal vrije dagen te verminderen en zo meer productieve uren te scheppen, doet ze genoegzaam, uit eng politiek belang, er eentje bij [met mischien op korte termijn nog een Chineze feestdag er aan toegevoegd]!
Ons productiviteit-niveau is niet hoog, de ambtenarij bijvoorbeeld werkt minder dan de gangbare 40 uur per week van de particuliere sector.
Als we kijken wat er dan nog in die tijd wordt gepresteerd dan is het werkelijk om te huilen. Niet dat in de locale particuliere sector het prestatie niveau zo hoog is; verre van dat. Immers, als we dit vergelijken met de hier operende multinationals dan staat dit in schril contrast.
Bedenkt men echter dat deze maatschappijen vrijwel vollédig met landgenoten werken, dan wordt het duidelijk dat het niet aan de Surinamer ligt maar meer aan de leiding en waarschijnlijk de betere betaling.
Als gunstige uitzondering op het voorgaande kan waarschijnlijk Staatsolie genoemd worden [waar de prestaties op een hoog niveau zijn].
Willen we op korte termijn aansluiting vinden bij de meer ontwikkelde landen dan zal welvaart en welzijn gekoppeld moeten worden aan hogere productiviteit; prestatie dient beloond te worden en niet het niets doen.
Het is echter geboden dat onze Overheid, waar het motto is om de ambtenaren als stemvee te gebruiken, niet weer een sta in de weg zal zijn want alle mooie praatjes over hun Public Sector Reform plannen ten spijt loop de productiviteit steeds meer terug; hoe willen we dan in hemelsnaan grootse dingen in dit land doen?
SCHOOL
Door Kurt Jessurun
donderdag 25 januari 2007
Het einde van het schooljaar is nabij en de vacantie reeds in zicht.
Zoals reeds jaren het geval is, varieren examen-resultaten van slecht tot bar slecht en het aantal zittenblijvers is vaak genoeg onacceptabel hoog.
Worden mischien de leerlingen en studenten steeds dommer of zijn er toch andere aanwijsbare oorzaken mogelijk?
Als opeenvolgende regeringen stellen dat de jeugd de toekomst is, hebben ze absoluut gelijk; als we echter kijken wat ze op het stuk van verbetering van het onderwijs hebben gepresteerd kunnen we concluderen dat dit allemaal gezwets in de ruimte is geweest.
“Put your money where your mouth is” zegt men in de Verenigde Staten hetgeen zoveel betekent als “voeg de daad bij het woord”.
Het is nu eenmaal onvoldoende als men in een regeringsverklaring met mooie volzinnen de goede voornemens op dit stuk kenbaar maakt zonder een gedegen plan voorhanden te hebben om ons onderwijs die volwaardige plaats te geven die het vroeger had.
Ach, dit alles zijn we reeds jaren gewend van onze politici maar de vraag is hoe lang we dit allemaal nog zullen accepteren.
Ik vertel natuurlijk niets nieuws als ik stel dat wat we nu hebben aan beleidsmakers ook geen zier van die goede voornemens terecht zullen brengen.
Díe taak zal toebedeeld worden aan de nieuwen die na dit rampzalig beleid zullen aantreden.
De leerlingen en studenten zijn echt niet dommer geworden; waarschijnlijk hebben ze een véél beter idee van hoe de wereld in elkaar zit dan toen ik naar school ging, jaren terug.
Wat ze nodig hebben zijn aanmoediging, interessante leerstof en goede vooruitzichten op de toekomst.
We moeten onze onderwijzers en leraren goed toerusten voor de hun toebedeelde taak; immers, we leggen het lot van onze kinderen voor een belangrijk deel in hun handen.
Wilgo Valies heeft gelijk als hij stelt dat de beloning volstrekt onvoldoende is maar er is natuurlijk meer dat ontbreekt.
De onderwijsgevenden moeten bij voorbeeld ook getraint worden in moderne opleidings- en vormings-technieken en behoren een mentor voor de aan hun toevertrouwde leerlingen of studenten te zijn.
Als men constant leerlingen test, dan lijkt het mij dat ook zij moeten worden getoest of de leerstof wel op de juiste wijze wordt overgebracht.
Het belangrijkste is echter om goed vast te stellen wat we met ons onderwijs willen bereiken; dus hoe het de nationale doelen zoals de ontwikkeling, met de productie als centrale spil, kan ondersteunen.
Als we het erover eens kunnen zijn dat uitstekend onderwijs een van de top-prioriteiten van de komende regering moet zijn dan hebben we al een uistekend begrip waar onze toekomstige voorlieden naar toe moet koersen.
Want ook voor de vorming van onze kinderen geldt, zoals uw columnist al vaker heeft gezegd:” uit Gods hand gekregen, aan ons is het nu gelegen!
Gepubliceerd in Artikelen |
Comments Off
donderdag 25 januari 2007
Het einde van het schooljaar is nabij en de vacantie reeds in zicht.
Zoals reeds jaren het geval is, varieren examen-resultaten van slecht tot bar slecht en het aantal zittenblijvers is vaak genoeg onacceptabel hoog.
Worden mischien de leerlingen en studenten steeds dommer of zijn er toch andere aanwijsbare oorzaken mogelijk?
Als opeenvolgende regeringen stellen dat de jeugd de toekomst is, hebben ze absoluut gelijk; als we echter kijken wat ze op het stuk van verbetering van het onderwijs hebben gepresteerd kunnen we concluderen dat dit allemaal gezwets in de ruimte is geweest.
“Put your money where your mouth is” zegt men in de Verenigde Staten hetgeen zoveel betekent als “voeg de daad bij het woord”.
Het is nu eenmaal onvoldoende als men in een regeringsverklaring met mooie volzinnen de goede voornemens op dit stuk kenbaar maakt zonder een gedegen plan voorhanden te hebben om ons onderwijs die volwaardige plaats te geven die het vroeger had.
Ach, dit alles zijn we reeds jaren gewend van onze politici maar de vraag is hoe lang we dit allemaal nog zullen accepteren.
Ik vertel natuurlijk niets nieuws als ik stel dat wat we nu hebben aan beleidsmakers ook geen zier van die goede voornemens terecht zullen brengen.
Díe taak zal toebedeeld worden aan de nieuwen die na dit rampzalig beleid zullen aantreden.
De leerlingen en studenten zijn echt niet dommer geworden; waarschijnlijk hebben ze een véél beter idee van hoe de wereld in elkaar zit dan toen ik naar school ging, jaren terug.
Wat ze nodig hebben zijn aanmoediging, interessante leerstof en goede vooruitzichten op de toekomst.
We moeten onze onderwijzers en leraren goed toerusten voor de hun toebedeelde taak; immers, we leggen het lot van onze kinderen voor een belangrijk deel in hun handen.
Wilgo Valies heeft gelijk als hij stelt dat de beloning volstrekt onvoldoende is maar er is natuurlijk meer dat ontbreekt.
De onderwijsgevenden moeten bij voorbeeld ook getraint worden in moderne opleidings- en vormings-technieken en behoren een mentor voor de aan hun toevertrouwde leerlingen of studenten te zijn.
Als men constant leerlingen test, dan lijkt het mij dat ook zij moeten worden getoest of de leerstof wel op de juiste wijze wordt overgebracht.
Het belangrijkste is echter om goed vast te stellen wat we met ons onderwijs willen bereiken; dus hoe het de nationale doelen zoals de ontwikkeling, met de productie als centrale spil, kan ondersteunen.
Als we het erover eens kunnen zijn dat uitstekend onderwijs een van de top-prioriteiten van de komende regering moet zijn dan hebben we al een uistekend begrip waar onze toekomstige voorlieden naar toe moet koersen.
Want ook voor de vorming van onze kinderen geldt, zoals uw columnist al vaker heeft gezegd:” uit Gods hand gekregen, aan ons is het nu gelegen!
To the Point
Door Kurt Jessurun
zaterdag 21 oktober 2006
Neen beste lezers; ik heb het hier niet over het populaire tv actualiteiten-programma van mijn goede vriend Henk van Eyck!
Gewoon slechts over het feit dat de meesten onder ons toch zoveel woorden nodig hebben om “to the point” [tot de kern van de zaak] door te dringen.
Van politici zijn we dat gewend; die dansen altijd om de hete brei heen en praten veel maar zeggen bitter weinig… hoewel sommigen bij gebrek aan woordkeus en intellectuele bagage, liever constant lachen of een ander die de Nederlandse taal niet machtig is zijn directeur steeds naar voren schuift om het woord te voeren… een zekere mini-ster ten voeten uit!
De hoofdredacteur van dit dagblad heeft me te verstaan gegeven dat, wil ik mijn plaats op pagina 4 behouden, ik mijn zegje in niet meer dan 400 woorden moet doen; kortweg ik moet “to the point” komen.
Zo niet verhuis ik onverbiddelijk naar achterop, verder in de krant.
Niet dat het een slechte plaats is; verre van dat; immers je hebt meer ruimte om een diepere analyse te maken; Richard Kalloe bv. maakt hier dankbaar gebruik van!
Echter Desi Truideman heeft gelijk; het moet met minder woorden kunnen en indien dat niet lukt zult u me dus verderop moeten zoeken…
Dit fenomeen om langdraadig te zijn schijnt jammer genoeg in onze cultuur ingebakken te zijn; luistert u bv.naar elk willekeurig opbelprogramma waar er een vraag aan een toevallige gast moet worden gesteld; de meeste bellers hebben veel woorden nodig om tot een vraag te komen. Sommigen leggen zelfs statements [verklaringen] af .
We moeten leren om directer te zijn, dan kunnen we ook directere antwoorden eisen en met name ambtsdragers hebben hier een broertje aan dood.
Aangezien de journalisten vaak genoeg zelf ook niet tot de kern van de zaak komen, kunnen ze personen aan wie ze een bepaald antwoord proberen te ontlokken, zelden goed vastpinnen.
As een vrije pers het geweten van een natie is moeten we onze journalisten dan ook goed toerusten en hun voorzien van goede trainingen en opleidingen zodat ze zich kunnen meten met de besten anders stelt dit geweten ook niet zoveel voor!
De samenleving is tenslotte vooral geinteresseerd in de kern, de feiten en hecht weinig waarde aan slappe praatjes; werk genoeg dus voor de mediawerkers.
Zo, ik hoop maar dat ik het er beter vanaf heb gebracht en mijn verhaal in 400 woorden of minder heb gedaan…anders treft u me aan op pagina zoveel!
zaterdag 21 oktober 2006
Neen beste lezers; ik heb het hier niet over het populaire tv actualiteiten-programma van mijn goede vriend Henk van Eyck!
Gewoon slechts over het feit dat de meesten onder ons toch zoveel woorden nodig hebben om “to the point” [tot de kern van de zaak] door te dringen.
Van politici zijn we dat gewend; die dansen altijd om de hete brei heen en praten veel maar zeggen bitter weinig… hoewel sommigen bij gebrek aan woordkeus en intellectuele bagage, liever constant lachen of een ander die de Nederlandse taal niet machtig is zijn directeur steeds naar voren schuift om het woord te voeren… een zekere mini-ster ten voeten uit!
De hoofdredacteur van dit dagblad heeft me te verstaan gegeven dat, wil ik mijn plaats op pagina 4 behouden, ik mijn zegje in niet meer dan 400 woorden moet doen; kortweg ik moet “to the point” komen.
Zo niet verhuis ik onverbiddelijk naar achterop, verder in de krant.
Niet dat het een slechte plaats is; verre van dat; immers je hebt meer ruimte om een diepere analyse te maken; Richard Kalloe bv. maakt hier dankbaar gebruik van!
Echter Desi Truideman heeft gelijk; het moet met minder woorden kunnen en indien dat niet lukt zult u me dus verderop moeten zoeken…
Dit fenomeen om langdraadig te zijn schijnt jammer genoeg in onze cultuur ingebakken te zijn; luistert u bv.naar elk willekeurig opbelprogramma waar er een vraag aan een toevallige gast moet worden gesteld; de meeste bellers hebben veel woorden nodig om tot een vraag te komen. Sommigen leggen zelfs statements [verklaringen] af .
We moeten leren om directer te zijn, dan kunnen we ook directere antwoorden eisen en met name ambtsdragers hebben hier een broertje aan dood.
Aangezien de journalisten vaak genoeg zelf ook niet tot de kern van de zaak komen, kunnen ze personen aan wie ze een bepaald antwoord proberen te ontlokken, zelden goed vastpinnen.
As een vrije pers het geweten van een natie is moeten we onze journalisten dan ook goed toerusten en hun voorzien van goede trainingen en opleidingen zodat ze zich kunnen meten met de besten anders stelt dit geweten ook niet zoveel voor!
De samenleving is tenslotte vooral geinteresseerd in de kern, de feiten en hecht weinig waarde aan slappe praatjes; werk genoeg dus voor de mediawerkers.
Zo, ik hoop maar dat ik het er beter vanaf heb gebracht en mijn verhaal in 400 woorden of minder heb gedaan…anders treft u me aan op pagina zoveel!
Leiden naar Morgen
Door Kurt Jessurun
woensdag 11 oktober 2006
Onlangs bestond de politieke partij Nationale Partij Suriname, 60 jaar!
Als één der partijen welke door de beweging voor zeggenschap in eigen land was ontstaan na de 2de Wereldoorlog, oordeelde de leiding het nodig om hieraan groots- en uitbundig uiting te geven.
Met fanfare werden de al dan niet vermeende, verdiensten voor het voetlicht geplaatst en werd ze als lichtend voorbeeld gesteld als dé partij die ontwikkeling en vooruitgang heeft gebracht.
Natuurlijk, dit is een rijpe leeftijd en niemand kan het je ontzeggen uiting te geven dat je het zolang hebt volgehouden en een zeker feestgedruis is dan ook op zijn plaats.
Wanneer je echter jezelf allelei verworvenheden aanmeet waar je part noch deel aan hebt gehad, jezelf als de voorloper van ontwikkeling- en vooruitgang waant en dit daarbij ook nog van de daken schreeuwt dan is dit vragen om een geducht tegen-antwoord.
Historie en wapenfeiten wegen zwaar bij de NPS, zó zwaar dat deze eigenlijk een last zijn en het uitzicht op de toekomst vertroebelen want er is nergens concreet uit de verf gekomen hoe en met wie de partij het land op termijn denkt te helpen ontwikkelen want men had het te druk bij het terugkijken op wat al voorbij is.
Het zou in deze context echter te ver voeren al de daden waarover er zo opgeschept wordt te ontleden en naar het rijk der fabelen te verwijzen.
De meest belangrijke zaken uit het verleden zoals algemeen kiesrecht, de Brokopondo overeenkomst, oprichting van Staatsolie, bouw van de 2 grote bruggen, opzetten van een der grootste natuurreservaten ter wereld, enz. zijn immers niet uit hun koker gekomen.
Wat er wél is gedaan is een schaamteloze verspilling van een belangrijk deel van de verdragsmiddelen uit de ontwikkelings-samenwerking met het voormalige moederland.
Bovendien; als de NPS zo’n voorloper was hoe komt het dan dat 400.000 van onze mensen in Nederland zitten; omdat het hier zo geweldig ging met de ontwikkeling?
Hiermee is niet gezegd dat de NPS geen verdiensten heeft gehad maar deze dateren in ieder geval niet uit de laatste 31 jaar.
De grote leider van de NPS, Johan Pengel, heeft samen met Jagernath Lachman ervoor gezorgd dat de twee grootste etnische groepen broederlijk naast elkaar leefden waarbij rassenstrijd, zoals we die op veel plaatsen ter wereld zien gebeuren, niet voorkwam.
Helaas hebben leiders ná hun dit niet naar de volgende fase kunnen brengen en stagneert het proces van natievorming op jammerlijke wijze.
Onder Pengel is echter ook een begin gemaakt met het uitdeien van het log, onwerkbaar ambtenaren- apparaat waarmee we nu zitten opgescheept.
Het zou van visie en durf hebben getuigd indien de leiding van de NPS als verjaardagscadeau aan het volk een uitgewerkt realistisch plan had gepresenteerd om dit land binnen de kortste keren tot één der welvarendste op ons halfrond te maken en de Surinamer weer geloof in zichzelf- en het land te geven.
Dit is helaas in de verste verte niet in ze opgekomen; daarom is deze partij, in ieder geval niet met deze leiding, zeker niet díe partij welke het voortouw kan nemen met het loodsen van dit land naar Morgen.
woensdag 11 oktober 2006
Onlangs bestond de politieke partij Nationale Partij Suriname, 60 jaar!
Als één der partijen welke door de beweging voor zeggenschap in eigen land was ontstaan na de 2de Wereldoorlog, oordeelde de leiding het nodig om hieraan groots- en uitbundig uiting te geven.
Met fanfare werden de al dan niet vermeende, verdiensten voor het voetlicht geplaatst en werd ze als lichtend voorbeeld gesteld als dé partij die ontwikkeling en vooruitgang heeft gebracht.
Natuurlijk, dit is een rijpe leeftijd en niemand kan het je ontzeggen uiting te geven dat je het zolang hebt volgehouden en een zeker feestgedruis is dan ook op zijn plaats.
Wanneer je echter jezelf allelei verworvenheden aanmeet waar je part noch deel aan hebt gehad, jezelf als de voorloper van ontwikkeling- en vooruitgang waant en dit daarbij ook nog van de daken schreeuwt dan is dit vragen om een geducht tegen-antwoord.
Historie en wapenfeiten wegen zwaar bij de NPS, zó zwaar dat deze eigenlijk een last zijn en het uitzicht op de toekomst vertroebelen want er is nergens concreet uit de verf gekomen hoe en met wie de partij het land op termijn denkt te helpen ontwikkelen want men had het te druk bij het terugkijken op wat al voorbij is.
Het zou in deze context echter te ver voeren al de daden waarover er zo opgeschept wordt te ontleden en naar het rijk der fabelen te verwijzen.
De meest belangrijke zaken uit het verleden zoals algemeen kiesrecht, de Brokopondo overeenkomst, oprichting van Staatsolie, bouw van de 2 grote bruggen, opzetten van een der grootste natuurreservaten ter wereld, enz. zijn immers niet uit hun koker gekomen.
Wat er wél is gedaan is een schaamteloze verspilling van een belangrijk deel van de verdragsmiddelen uit de ontwikkelings-samenwerking met het voormalige moederland.
Bovendien; als de NPS zo’n voorloper was hoe komt het dan dat 400.000 van onze mensen in Nederland zitten; omdat het hier zo geweldig ging met de ontwikkeling?
Hiermee is niet gezegd dat de NPS geen verdiensten heeft gehad maar deze dateren in ieder geval niet uit de laatste 31 jaar.
De grote leider van de NPS, Johan Pengel, heeft samen met Jagernath Lachman ervoor gezorgd dat de twee grootste etnische groepen broederlijk naast elkaar leefden waarbij rassenstrijd, zoals we die op veel plaatsen ter wereld zien gebeuren, niet voorkwam.
Helaas hebben leiders ná hun dit niet naar de volgende fase kunnen brengen en stagneert het proces van natievorming op jammerlijke wijze.
Onder Pengel is echter ook een begin gemaakt met het uitdeien van het log, onwerkbaar ambtenaren- apparaat waarmee we nu zitten opgescheept.
Het zou van visie en durf hebben getuigd indien de leiding van de NPS als verjaardagscadeau aan het volk een uitgewerkt realistisch plan had gepresenteerd om dit land binnen de kortste keren tot één der welvarendste op ons halfrond te maken en de Surinamer weer geloof in zichzelf- en het land te geven.
Dit is helaas in de verste verte niet in ze opgekomen; daarom is deze partij, in ieder geval niet met deze leiding, zeker niet díe partij welke het voortouw kan nemen met het loodsen van dit land naar Morgen.
Meer van hetzelfde
Door Kurt Jessurun
maandag 2 oktober 2006
Afgelopen maandag werd traditiegetrouw op de eerste werkdag in October, de begroting voor het komend dienstjaar door de president aan De Nationale Assemblee aangeboden.
Jammer genoeg was, zoals gebruikelijk, de rede van de president slechts een opsomming van goede voornemens en wenselijkheden en zoals men zegt, “De weg naar Rome is geplaveid met mooie voornemens!”
In ieder geval wat dit betreft was het zoals altijd “business as usual” (alles bij het oude).
Op de hem bekende schoolmeesterachtige toon werd een lange, eentonige monoloog gepresenteerd die menige parlementarïer zichtbaar aan het knikkebollen bracht.
Geen wonder overgens, october is immers de warmste maand van het jaar en zelfs de luchtgekoelde ruimte van ‘Lands vergaderzaal kan de strijd hiertegen niet aan. Kortom, meer van hetzelfe, jaar in jaar uit, is natuurlijk niet bevorderlijk voor veel enthousiasme, zelfs niet onder de leden van de eigen coalitie!
President en regering schijnen niet door te hebben dat het volk, welke ze zeggen te dienen, reeds vanaf het aantreden van dit kabinet geen “business as usual” wil maar een leiding die het over een totaal andere boeg moet gooien.
Dit volk dat constant met de dagelijkse misère van hoge prijzen, onveiligheid, overspoeling en voortrekken van met name Chineze immigranten wordt gefronteerd, verwacht iets nieuws en niet het gebruikelijke ouderwetse gezeur zoals de vertoning van afgelopen maandag.
Iets totaal anders dat een duidelijk uitzicht op de toekomst biedt, kortom een Suriname welke een nieuwe, moderne koers gaat varen.
Helaas is de samenleving weer deerlijk teleurgesteld in deze leiding; komt er van als je je als president en ministers zo zelden onder je volk begeeft om hun noden- en suggesties te vernemen.
De prijs die dit kabinet voor deze arrogantie zal betalen zal weleens een heel hoge kunnen zijn.
Nog nooit in onze jonge historie als onafhankelijke natie [en zelfs daarvoor] is een regering zo kort na het het aanteden, iets meer dan een jaar geleden, met zoveel oppositie geconfronteerd.
In de ogen van zij die een verandering voorstaan, en welke Surinamer wil dat niet, kunnen ze immers niets goed meer.
Logisch overgens; als de president met alle natuurlijke hulpbronnen die dit land ter beschikking heeft er zelfs in een derde regeerperiode maar niet in slaagt welzijn en welvaart voor iedere burger in dit land te scheppen, dan is hij absoluut niet degene die dit land nodig heeft.
Vanwege deze situatie is de president snel om anderen van sabotage te beschuldigen en af te geven op een ieder die het met hem oneens is.
Hierin vindt hij een dankbare partner in de fractieleider van het Nieuw Front in De Nationale Assemblee.
Dit alles legt natuurlijk geen zoden aan de dijk en het lijdend voorwerp blijft dit land en haar volk.
Vanwege het bovenstaande heb ik daarom ,met alle respect, een raad voor de president en ik besef hierbij terdege dat goede raad duur is.
“Als u de job waarvoor u daar zit en waarvoor u door deze samenleving betaald wordt niet kan doen, geef dan uw mandaat terug aan het volk”.
“Schrijf nieuwe verkiezingen uit maar stuit de ontwikkeling van dit gezegend land niet”.
“President, dit is mijn eerste oproep aan u want ook hier geldt: All the world’s is a stage and all the men and women merely players” (de hele wereld is een speeltoneel en alle mensen zijn slechts spelers).
maandag 2 oktober 2006
Afgelopen maandag werd traditiegetrouw op de eerste werkdag in October, de begroting voor het komend dienstjaar door de president aan De Nationale Assemblee aangeboden.
Jammer genoeg was, zoals gebruikelijk, de rede van de president slechts een opsomming van goede voornemens en wenselijkheden en zoals men zegt, “De weg naar Rome is geplaveid met mooie voornemens!”
In ieder geval wat dit betreft was het zoals altijd “business as usual” (alles bij het oude).
Op de hem bekende schoolmeesterachtige toon werd een lange, eentonige monoloog gepresenteerd die menige parlementarïer zichtbaar aan het knikkebollen bracht.
Geen wonder overgens, october is immers de warmste maand van het jaar en zelfs de luchtgekoelde ruimte van ‘Lands vergaderzaal kan de strijd hiertegen niet aan. Kortom, meer van hetzelfe, jaar in jaar uit, is natuurlijk niet bevorderlijk voor veel enthousiasme, zelfs niet onder de leden van de eigen coalitie!
President en regering schijnen niet door te hebben dat het volk, welke ze zeggen te dienen, reeds vanaf het aantreden van dit kabinet geen “business as usual” wil maar een leiding die het over een totaal andere boeg moet gooien.
Dit volk dat constant met de dagelijkse misère van hoge prijzen, onveiligheid, overspoeling en voortrekken van met name Chineze immigranten wordt gefronteerd, verwacht iets nieuws en niet het gebruikelijke ouderwetse gezeur zoals de vertoning van afgelopen maandag.
Iets totaal anders dat een duidelijk uitzicht op de toekomst biedt, kortom een Suriname welke een nieuwe, moderne koers gaat varen.
Helaas is de samenleving weer deerlijk teleurgesteld in deze leiding; komt er van als je je als president en ministers zo zelden onder je volk begeeft om hun noden- en suggesties te vernemen.
De prijs die dit kabinet voor deze arrogantie zal betalen zal weleens een heel hoge kunnen zijn.
Nog nooit in onze jonge historie als onafhankelijke natie [en zelfs daarvoor] is een regering zo kort na het het aanteden, iets meer dan een jaar geleden, met zoveel oppositie geconfronteerd.
In de ogen van zij die een verandering voorstaan, en welke Surinamer wil dat niet, kunnen ze immers niets goed meer.
Logisch overgens; als de president met alle natuurlijke hulpbronnen die dit land ter beschikking heeft er zelfs in een derde regeerperiode maar niet in slaagt welzijn en welvaart voor iedere burger in dit land te scheppen, dan is hij absoluut niet degene die dit land nodig heeft.
Vanwege deze situatie is de president snel om anderen van sabotage te beschuldigen en af te geven op een ieder die het met hem oneens is.
Hierin vindt hij een dankbare partner in de fractieleider van het Nieuw Front in De Nationale Assemblee.
Dit alles legt natuurlijk geen zoden aan de dijk en het lijdend voorwerp blijft dit land en haar volk.
Vanwege het bovenstaande heb ik daarom ,met alle respect, een raad voor de president en ik besef hierbij terdege dat goede raad duur is.
“Als u de job waarvoor u daar zit en waarvoor u door deze samenleving betaald wordt niet kan doen, geef dan uw mandaat terug aan het volk”.
“Schrijf nieuwe verkiezingen uit maar stuit de ontwikkeling van dit gezegend land niet”.
“President, dit is mijn eerste oproep aan u want ook hier geldt: All the world’s is a stage and all the men and women merely players” (de hele wereld is een speeltoneel en alle mensen zijn slechts spelers).