GRONDPROBLEMEN



Door Kurt Jessurun
zondag 17 juni 2007

Het bezitten van een huis (en bijbehorende grond) zou een basisgoed van elke Surinamer moeten zijn.
Jammer genoeg merken we echter dat al tientallen jaren een belangrijk deel van de samenleving deze mooie droom aan zich voorbij ziet gaan.
Ondertussen blijkt dat er wél grote lappen van ons grondgebied zijn weggegeven aan politieke figuren, favorieten en speculanten.
Onlangs toonde het parlementslid Jenny Simons aan de hand van verkregen copies aan dat sommigen van deze begunstigden het klaarspelen om in recordtijd een grondbeschikking te verwerven, terwijl ze waarschijnlijk niet eens de Surinaamse nationaliteit bezitten!
Als we hierbij de lijdensweg zien welke de gemiddelde Surinamer moet afleggen ter verkrijging hiervan, dan geeft zulks inderdaad te denken.
Een goed woning- en grondbeleid heeft nooit echt bestaan en elke partij- of combinatie die de afgelopen 50 jaar aan de macht geweest is heeft er wel voor gezorgd om gronden te verdelen aan politieke aanhangers en degenen die bereid zijn flink onder de tafel te geven.
Uiteraard kan zulks niet langer getollereerd worden want het wordt steeds erger; wat er nu bijvoorbeeld gebeurt op het Ministerie van Ruimtelijke Ordening heeft namelijk haar weerga niet.
Laat de leiding die daar de scepter zwaait zulks met enig recht durven te ontkennen.
Hij weet zelf heel goed hoeveel Chinezen die geen- of slechts een  korte tijd Surinamer zijn allemaal aan gronden hebben gehad en hoe kort het heeft geduurt deze te verkrijgen.
Het lijkt duidelijk dat hij daarvoor de opdrachten van zijn baas, de voorzitter van de Pertaja Lehur, ontvangt.
Deze had namelijk de pech om in een radio-interview in december, met de geraffineerde verslagever Cliff Limburg, zich hierbij danig in de nesten te praten.
Door het onbreken van duidelijke wet- en regelgeving op dit stuk, is de hele grondproblematiek uiterst corruptiegevoelig en politieke figuren zijn er schatrijk van geworden.
Tewijl vele Surinaamse ondernemers jaren aan een vergunning, waarmee concessiegrond gemoeid is, proberen te komen; krijgt de eerste beste vreemdeling die het daarvoor bestemde kantoor binnenwandelt zulks binnen een vloek en een zucht; hier is méér aan de hand en de gedachte van knoeierij kan je niet van je afzetten.
Harde bewijzen zijn niet altijd even makkelijk te leveren maar als de ambtenaren alerter zijn én aan de bel durven te trekken, dan ben ik ervan overtuigd dat het deksel van de beerput afschiet en er een ernstige overstroming plaats vindt waarbij de stank werkelijk ondragelijk zal zijn!




Er kunnen geen reacties geplaatst worden.