DE KONING VAN TONKA EILAND
zondag 17 juni 2007
Na al het negatieve dat uit de politieke hoek op je afkomt is het een verademing om over iets positiefs te kunnen schrijven!
Frits van Troon, de botanist (plantenkenner) bij uitstek in dit land is wel een opmerkzaam eerbetoon ten deel gevallen in Nederland, iets wat in eigen land tot nu toe achterwege is gebleven.
Na eerder, enige jaren terug, de “Orde van de Gouden Ark” uit handen van wijlen prins Bernhard te hebben ontvangen, is hem nu in een bomvolle zaal van het Tropenmuseum de “Graman Gazon Matodja Award” uitgereikt.
Ook een uitgebreide documentaire, gewijd aan deze grote zoon van Suriname, heeft tijdens zijn bezoek aldaar het licht gezien.
Vreemd eigenlijk dat landgenoten die unieke prestaties hebben geleverd wel in andere landen hiervoor worden ondescheiden maar in eigen land vaak nauwelijks díe aandacht krijgen die ze verdienen.
Frits van Troon bezit een unieke kennis over de plantenwereld van het Amazone regenwoud; een gebied dat vanwege de natuurlijke rijkdom, in dit geval met betrekking tot medicinale planten, wereldwijd enorm in de belangstelling staat.
Gerenommeerde onderzoekcentra hebben kunnen vaststellen dat in dit gebied talloze planten met de potentie om vrijwel alle voorkomende ziektes te kunnen genezen, weelderig groeien.
Wat heeft het Minsterie van Onderwijs tot nu toe gedaan om deze kennis van Frits van Troon vast te leggen en te behouden voor het nageslacht?
Helaas bitter weinig en dat is eigenlijk een nationale schande; waarschijnlijk wordt er teveel aandacht besteedt aan zij die niets te zeggen hebben maar aan degenen die inhoudelijk veel meer voorstellen gaan we gewoon voorbij.
Figuren als deze van Troon komen slechts eens in de zoveel tijd naar voren en onderzoekers in het buitenland weten dat; het zou me dus niets verbazen als hij over een tijdje nog een ere-doctoraat van een top universiteit aangeboden krijgt.
Hiermee gaat dan uiteraard een primeur voor onze eigen universiteit verloren want deze had reeds lang geleden hem dit moeten aanbieden voor zijn fenominale bijdrage op wetenschappelijk botanisch gebied in Suriname.
We zijn maar met z’n weingen in dit grote land en grote zonen en dochters zijn dun gezaaid; laten we hun daaron díe eer geven die ze verdienen, zeker als ze nog in leven zijn.
We kennen ze wel maar gaan te vaak genoegzaam aan hun bijzondere kwaliteiten voorbij.
De grootste eer die we Frits kunnen geven is toch wel om zijn kennis vast te leggen en te verspreiden en zo niet alleen zijn faam en naam helpen uitdragen maar zeker ook die van ons eigen land.
Deze kennis zal niet alleen ons ten goede komen maar velen daarbuiten; tot Heil, Zegen en Voorspoed van de gehele mensheid.