Leiden naar Morgen
woensdag 11 oktober 2006
Onlangs bestond de politieke partij Nationale Partij Suriname, 60 jaar!
Als één der partijen welke door de beweging voor zeggenschap in eigen land was ontstaan na de 2de Wereldoorlog, oordeelde de leiding het nodig om hieraan groots- en uitbundig uiting te geven.
Met fanfare werden de al dan niet vermeende, verdiensten voor het voetlicht geplaatst en werd ze als lichtend voorbeeld gesteld als dé partij die ontwikkeling en vooruitgang heeft gebracht.
Natuurlijk, dit is een rijpe leeftijd en niemand kan het je ontzeggen uiting te geven dat je het zolang hebt volgehouden en een zeker feestgedruis is dan ook op zijn plaats.
Wanneer je echter jezelf allelei verworvenheden aanmeet waar je part noch deel aan hebt gehad, jezelf als de voorloper van ontwikkeling- en vooruitgang waant en dit daarbij ook nog van de daken schreeuwt dan is dit vragen om een geducht tegen-antwoord.
Historie en wapenfeiten wegen zwaar bij de NPS, zó zwaar dat deze eigenlijk een last zijn en het uitzicht op de toekomst vertroebelen want er is nergens concreet uit de verf gekomen hoe en met wie de partij het land op termijn denkt te helpen ontwikkelen want men had het te druk bij het terugkijken op wat al voorbij is.
Het zou in deze context echter te ver voeren al de daden waarover er zo opgeschept wordt te ontleden en naar het rijk der fabelen te verwijzen.
De meest belangrijke zaken uit het verleden zoals algemeen kiesrecht, de Brokopondo overeenkomst, oprichting van Staatsolie, bouw van de 2 grote bruggen, opzetten van een der grootste natuurreservaten ter wereld, enz. zijn immers niet uit hun koker gekomen.
Wat er wél is gedaan is een schaamteloze verspilling van een belangrijk deel van de verdragsmiddelen uit de ontwikkelings-samenwerking met het voormalige moederland.
Bovendien; als de NPS zo’n voorloper was hoe komt het dan dat 400.000 van onze mensen in Nederland zitten; omdat het hier zo geweldig ging met de ontwikkeling?
Hiermee is niet gezegd dat de NPS geen verdiensten heeft gehad maar deze dateren in ieder geval niet uit de laatste 31 jaar.
De grote leider van de NPS, Johan Pengel, heeft samen met Jagernath Lachman ervoor gezorgd dat de twee grootste etnische groepen broederlijk naast elkaar leefden waarbij rassenstrijd, zoals we die op veel plaatsen ter wereld zien gebeuren, niet voorkwam.
Helaas hebben leiders ná hun dit niet naar de volgende fase kunnen brengen en stagneert het proces van natievorming op jammerlijke wijze.
Onder Pengel is echter ook een begin gemaakt met het uitdeien van het log, onwerkbaar ambtenaren- apparaat waarmee we nu zitten opgescheept.
Het zou van visie en durf hebben getuigd indien de leiding van de NPS als verjaardagscadeau aan het volk een uitgewerkt realistisch plan had gepresenteerd om dit land binnen de kortste keren tot één der welvarendste op ons halfrond te maken en de Surinamer weer geloof in zichzelf- en het land te geven.
Dit is helaas in de verste verte niet in ze opgekomen; daarom is deze partij, in ieder geval niet met deze leiding, zeker niet díe partij welke het voortouw kan nemen met het loodsen van dit land naar Morgen.