Wat Surinaamse managers moeten leren en afleren Deel 4 (Slot)
zaterdag 21 mei 2005
Succesvol ondernemen in Suriname vereist zowel leren als afleren. In het kader hiervan is het interessant te weten hoe het staat met het lerend vermogen van uw organisatie? Bent u echt een lerende organisatie? Wordt er binnen uw organisatie voldoende aandacht aan kennismanagement besteed? Om u behulpzaam te zijn bij het beantwoorden van deze vragen introduceer ik hier een kennismanagement quick scan. Deze audit biedt u de mogelijkheid uw aandacht beter op kennis en leren te richten en stelt u in staat het lerend vermogen van uw organisatie systematisch te vergroten.
Kennismanagement quick scan
De kennismanagement quick scan bestaat uit 38 pijnlijke beweringen (zie tabel 1). Het verdient aanbeveling aan de hand van deze checklist de gerichtheid op kennis en leren binnen uw organisatie te beoordelen, en in het managementteam na te gaan waarom deze kenmerkend is voor uw organisatie. Beantwoord hiertoe de beweringen in bijgaande tabel, met een cijfer 1 t/m 4. Tel de scores verticaal bij elkaar op. Hoe dichter uw totaal score bij 150 ligt, hoe kennisintensiever uw organisatie is. Een dergelijke hoge score is gerelateerd aan een lerende organisatie met een groot leervermogen. Hoe dichter uw totaal score bij 40 ligt, hoe kleiner het lerend vermogen van uw organisatie is. Bespreek uw scores in uw organisatie en geef hierbij aan wat beter zou kunnen.
| Kennismanagement Quick Scan © Hubert Rampersad | ||||
| ALGEMEEN | ||||
| 1. Het maken van fouten is toegestaan, mislukkingen worden getolereerd en niet bestraft. Er wordt geleerd van elkaars fouten en er wordt openlijk hierover gepraat. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 2. Medewerkers weten welke kennis waar in de organisatie aanwezig is en voor iedereen is duidelijk wie wat weet. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 3. Medewerkers krijgen ruimte om te denken, te leren (zowel bewust als onbewust), te handelen (te doen), informele contacten te leggen, ervaring op te doen, te experimenteren en risico’s te nemen | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 4. Managementinformatiesystemen zijn geïntegreerd en worden voortdurend geactualiseerd | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 5. Benodigde kennis voor belangrijke beslissingen is vaak direct beschikbaar en makkelijk toegankelijk | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 6. Er zijn geen belemmeringen voor het gebruik en uitwisselen van kennis | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 7. Medewerkers hebben vaardigheden om kennis adequaat te inventariseren, in te zetten en te onderhouden | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 8. Binnen de organisatie bestaan netwerken van kenniswerkers | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 9. Er is een actief ideeënprogramma. Op basis hiervan wordt voortdurend nieuwe kennis gegenereerd. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 10. Er is geen concurrentie tussen collega’s. Interne concurrentie wordt niet gestimuleerd. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 11. In de organisatie heerst er geen sfeer van angst en wantrouwen. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 12. Er is commitment bij het topmanagement inzake vergroting van het lerend vermogen en het creëren van een lerende organisatie | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 13. Medewerkers worden voortdurend gestimuleerd en aangemoedigd om in teamverband gemeenschappelijke problemen te identificeren en op te lossen, en d.m.v. brainstorming creatieve ideeën te genereren en deze met elkaar te delen | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 14. Leidinggevenden vervullen de stijlen coachend, inspirerend en dienend leiderschap in een optimale mix. Ze stimuleren een fundamentele leerhouding, intensieve kennisuitwisseling en intern ondernemerschap, en bevorderen zowel individueel- als teamleren. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 15. Leidinggevenden zijn voortdurend gericht op het ontwikkelen en mobiliseren van kennis van medewerkers en geven regelmatig constructieve feedback over ondernomen verbeter-, ontwikkel- en leeracties | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 16. Leidinggevenden gebruiken eenvoudige taal en geschriften, zijn actiegericht en faciliteren het proces van learning by doing. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 17. Het management weet welke medewerkers de dragers van waardevolle en schaarse kennis zijn. Bronnen van interne expertise zijn in kaart gebracht. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 18. Er is een kennismanager binnen de organisatie benoemd die de leerprocessen coacht en faciliteert. Zijn belangrijkste vaardigheden zijn: kennis begrijpen, verwerken, communiceren en relateren. |
1 | 2 | 3 | 4 |
| 19. Kennismanagement is een strategisch thema dat deel uitmaakt van de gemeenschappelijke ambitie van de organisatie | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 20. Medewerkers houden kennis niet voor zich en delen deze spontaan met elkaar. Individuen, teams en afdelingen wisselen systematisch en intensief kennis met elkaar uit. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 21. Kennisgroei wordt d.m.v. de organisatiecultuur bevorderd. Een cultuur die gekenmerkt wordt door eenvoud, open-communicatie en doen in plaats van veel praten. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 22. Lacunes in kennis worden systematisch en voortdurend in kaart gebracht en er worden maatregelen genomen om deze te dichten | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 23. Er worden gebruikersvriendelijke communicatie- en informatiesystemen gebruikt om kennis die iedereen aangaat breed onder de medewerkers te verspreiden | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 24. Verworven en ontwikkelde kennis wordt voortdurend vastgelegd en binnen de organisatie voor iedereen toegankelijk gemaakt | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 25. Medewerkers met waardevolle en schaarse kennis roteren over verschillende afdelingen en participeren in verschillende verbeterteams | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 26. Er is een leerklimaat dat gekenmerkt wordt door positief denken, zelfvertrouwen, onderling vertrouwen, bereidheid om preventief in te grijpen, verantwoordelijkheid voor bedrijfsprestaties, openheid, plezier en passie. Medewerkers worden aangezet om de manier van werken continu onder de loep te nemen en bij te sturen. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 27. De leerprocessen worden geïnitieerd en gestuurd door bestaande of verwachte problemen; de organisatie leert probleemgericht. Problemen worden gezien als een kans om te leren c.q. te veranderen. Conflicten worden gezien als op te lossen uitdagingen. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 28. Er wordt harmonieus samengewerkt en samengeleerd in zelfsturende teams, waarin teamleden een overlap aan kennis hebben, een evenwicht van persoonlijkheden, bekwaamheden en leerstijlen aanwezig is, en teamleden kennis hebben van hun eigen favoriete leerstijl en die van collega’s. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 29. Kennis wordt voortdurend geïmplementeerd en ingebouwd in nieuwe producten, diensten en processen. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 30. Kennis wordt in de organisatie gedeeld via informele contacten, interne lezingen, conferenties, vrijwillige discussiebijeenkomsten, probleemoplossingbijeenkomsten, project-evaluatiebijeenkomsten, dialoogsessies, interne rapporten, memo’s, etc. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 31. Kennisdeling wordt gefaciliteerd via internet, intranet, bibliotheek, comfortabele vergaderruimten, auditorium, een geautomatiseerd archief- en documentatiesysteem, etc. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 32. Medewerkers hebben afwisselend en uitdagend werk. Er is sprake van taakroulatie. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 33. Leidinggevenden en medewerkers worden beoordeeld op wat ze doen, niet op hoe slim ze overkomen en hoeveel ze praten. | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 34. De kennis van medewerkers wordt voortdurend ontwikkeld en up-to-date gehouden middels onder meer training, coaching en talentontwikkelingsprogramma’s | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 35. Er is een pro-actief competentieontwikkelingsbeleid, waarin ook interne en externe trainingen, cursussen, werkconferenties, symposia en seminars zijn opgenomen | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 36. Kennis- en leercompetenties maken deel uit van het competentieprofiel van alle medewerkers | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 37. De kennis van vertrekkende medewerkers wordt overgedragen aan opvolgers | 1 | 2 | 3 | 4 |
| 38. Medewerkers die collectieve leerprestaties leveren t.b.v. het welzijn van de gehele organisatie en het geleerde voortdurend met collega’s delen worden extra gewaardeerd en hebben grotere kansen op promotie | 1 | 2 | 3 | 4 |
| Totaal score: | ||||
| Omcirkel het juiste getal: 1 = nooit/nee/klopt niet, 2 = af en toe/weinig/minder, 3 = vaak/meestal wel, 4 = altijd/ja/klopt wel | ||||