Zoeklicht 28
vrijdag 29 april 2005
Met het naderen van m’n 55ste verjaardag over niet al te lange tijd, komt de middelbare leeftijd toch wel met een angstige vaart dichterbij!
Vroeger maakte ik me daar totáál geen zorgen over; ik was jong en kon de hele wereld wel aan; ik had immers alle tijd.
Nu is tijd voor degenen die nog wat dingen in dit aardse leven willen realiseren en geen eendagskuiken meer zijn, eerder een vijand dan bondgenoot.
Vanaf ik me de politiek kan herinneren, eind jaren vijftig, toen Jopie Pengel furore maakte tot aan de huidige regering, heb ik mij afgevraagd wat de verdiensten van allemaal wel zijn geweest. Met uitzondering van de militaire periode tussen 1980 en 1987, welke door velen als een uit de hand gelopen experiment wordt gezien, hebben burgerregeringen dit land geregeerd en er ook bitter weinig van terecht gebracht, dacht ik onlangs tijdens een door mij bezochte bijeenkomt van een politieke partij die danig aan de weg timmert.
Jopie Pengel en Jagernath Lachman hebben vooral een bijdrage geleverd aan het bewustwordingsproces van de groep Surinamers waaruit ze voortkwamen en welke ze jarenlang vertegenwoordigd hebben.
Ze zij niet de enigen daarin geweest maar wel de belangrijkste.
Ondanks de grote tekortkomingen die ze zeker hebben gehad waren ze onmiskenbaar groter dan welke andere Surinamer op dit vlak, zeker als het de nationale trots van ons volk betreft.
We moeten echter verder en het uitgroeien tot één volk kan niet beperkt blijven tot het broederlijk leven naast elkaar maar veeleer mét elkaar.
Hieraan hebben echter noch de NPS, het huis van Pengel, noch de VHP het huis van Lachman en zeker niet de KTPI waar jarenlang Iding Soemita de scepter zwaaide, een wezenlijke bijdrage geleverd; verre van dat. Het zijn eerder de niet traditionele politieke partijen die de boodschap op dit vlak beter begrepen hebben en hoewel geen enkel een plan voorhanden heeft om actief de natievorming te sturen in de gewenste richting, is het duidelijk dat ze allemaal het naast elkaar leven en zeker etnische politiekvoering, welke zo kenmerkend is geweest vanaf 1954, afwijzen.
Wat ik echter bij allemaal mis; over de oude politieke partijen heb ik het niet eens want die zijn zo verstard als fossielen, is wel het gegeven dat ik bij geen van ze een radicaal breken met het oude zie en het omhelzen van een totale andere politiekvoering waarin de werkelijke intrede van ons land in de nieuwe wereldorde centraal staat.
Dit vereist natuurlijk een revolutionaire visie van hoe wij de toekomstige ontwikkelingen in dit land en de rest van de wereld zien in de komende 25 jaar, lang nádat de regeerperiode van wie ook gekozen wordt ten einde zal zijn.
Ook zullen toekomstige leiders naast visie en leiderschap, moeten zijn uitgerust met een grote dosis moed wat ertoe moet leiden dat heel wat heilige huisjes kapot geslagen worden.
Breken met het traditioneel denken, ommekeer brengen in de sinds 1967 stagnerende economie van dit land welke maar niet echt groeit ondanks de gemoedelijke tevredenheid van het Nieuw Front betreffende het zg. bereiken van stabilisatie.
Bovenal zal het zelfrespect van de Surinamers gebaseerd moeten zij op het leveren van werkelijke prestaties en zal de enorme potentie van dit mooie land tot volle wasdom gebracht moeten worden.
Ik heb hoop, immers wat is het leven zonder dit? Hoop dat welke regering dan ook die aantreedt ná de zonsondergang van de 25ste mei het voorgaande verwezenlijkt. Maar als het dan tóch niet mocht gebeuren heb ik de zekerheid dat de volgende die komt dit absoluut wél zal doen.
Díe weddenschap durf ik in me eentje met de gehele natie aan te gaan!