Weinig perspectief met het bedrijfsleven op de achterbank
zaterdag 15 januari 2005
Het gebaar van president Venetiaan op 25 november 2004 naar het bedrijfsleven toe: namelijk dat de overheid de faciliteiten zal leveren aan het bedrijfsleven dat het nodig acht voor zijn ontwikkeling, werd door dat bedrijfsleven met gemengde gevoelens ontvangen. Zo’n verbaal gebaar wordt als podiumtaal ervaren, omdat er niets concreet aan toegevoegd wordt. De situatie is te ernstig en behoeft concrete stappen, geen mooie woorden. Het risico van de huidige situatie van globalisatie in ons land en van het gedrag van de overheid daarbij is dat het land verder marginaliseert.
In de politiek is men zich onvoldoende bewust van de nadelige effecten van globalisatie. Als ze dan naar boven komen wordt het makkelijk als een voldongen feit ervaren. We gaan er niet over in discussie. Dat zijn we niet gewend. We zijn teveel beschermd opgegroeid. We kennen de ‘grote wereld’ eigenlijk niet waar je actief bezig moet zijn om voordelen binnen te halen. Het heeft ook gemaakt – in feite een kip-of-ei kwestie – dat onze politici niet business-minded zijn. Weinigen hebben ooit een eigen bedrijf gemanaged, ze hebben dan ook de grootste moeite de staatshuishouding te runnen. Niet alleen de overheidsbegroting, maar ook de volkshuishouding, de nationale economie.
Hun geluk, ons ongeluk, is het dat ons land rijk bedeeld is met natuurlijke hulpbronnen, en dat we er genoegen mee nemen dat de verpachting ervan net genoeg middelen oplevert om de staatshuishouding op een minimaal niveau in stand te houden, zonder enig perspectief op welzijn en welvaart voor de gehele bevolking. Maar dat houdt een keer op, dan zijn de rijke grondstoffen op, en wat dan als er geen ervaring opgebouwd is met de ontwikkeling van midden- en kleinbedrijf op de leest van de moderne technologie?!
Politieke verspilling
Onze internationale relaties worden door deze mentaliteit onbenut gelaten. Politici en ambtenaren gaan naar internationale conferenties zonder daar zelf een bijdrage aan te leveren. Laat staan een bijdrage die tevoren in de pers is gekomen, waarover met het volk, of de direct belanghebbenden, van gedachten is gewisseld. Waarop men dan terugkeert met kennis en informatie, en positieve voorzieningen. Maar momenteel niets van dat al, hoogstens cliché-uitspraken over de goede onderhandelingen. Ondernemers kunnen zich dat in feite niet voorstellen: hoe je naar een conferentie gaat over een actueel onderwerp, en je levert geen bijdrage. Gaat het dan inderdaad alleen maar om reisjes en om daggelden? Is het niet beschamend hoe hele delegaties naar het buitenland gaan om gunsten binnen te halen, zoals recentelijk naar Indonesië waar onder meer gevraagd werd om de restauratie van de spoorlijn naar Brownsweg, zonder dat daar een begroting over kon worden aangeboden. Is het niet beschamend dat tegenover het continue benadrukte tekort aan financiële middelen voor diverse basisvoorzieningen miljoenen dollars aan reisjes worden uitgegeven, waarvan het nationaal rendement vaak negatief is. Immers het ontgaat het buitenland ook niet hoe weinig constructief wij aan het internationale overleg deelnemen.
Voor de vorm
President Venetiaan wordt straks voorzitter van de Caricom. Wat een kans!, zou je zeggen. Maar is er enige beweging van zijn kant om met het bedrijfsleven, en de andere sociale partners, in gesprek te gaan om ondersteuning te vragen voor zijn unieke ‘job’. Is het alleen maar weer een ceremoniële functie? Is de president overigens bekend met de enkele Surinamers die hoge posten bekleden in de CARICOM en in CARIFORUM? Waarom worden ze niet uitgenodigd om een ‘braintrust’ te vormen om de president te ondersteunen, alsook de regering in ruimere zin in het kader van de regionale integratie van onze economie. Het is zelfs de vraag of er in partij politiek verband een gespreksgroep is gevormd ter backing en ondersteuning van de president! Dus toch het ceremoniële kleed!
En we hebben al zo’n slechte naam. Het is alom in het buitenland bekend dat Suriname enorme achterstanden heeft wat contributies aan regionale en internationale organisaties betreft. Met als gevolg dat wij geen financiering vinden voor projecten, maar ook dat we, als wanbetaler, geen stem hebben bij overleg en onderhandelingen.
Frustratie
Het bedrijfsleven heeft een enorme frustratie opgelopen in 1999. Er was een goede strijd tegen een regering die wanbeleid voerde, er werd samen opgetrokken, door politieke partijen, bedrijfsleven, vakbeweging, en andere non-state actors. Het heeft echter niet geleid tot discussie en overleg. Zodra de ‘gemeenschappelijke vijand’ verdreven was, om zo te zeggen, ging iedereen weer zijn eigen gang. Staatkundig een uiterst zwakke positie, want een regering die niet met zijn bedrijfsleven praat, schopt het niet ver. Successen in de ontwikkelingswereld van vandaag worden allemaal geschreven door goed overleg en samenspel tussen politiek en bedrijfsleven, met als sprekende voorbeelden Thailand, Taiwan, de VS en dichterbij ook Trinidad &Tobago.
Er is nog een zwakke conditie. Het bedrijfsleven wordt door angst beheerst. De politiek zit overal, en controleert de hele samenleving: vergunningen, douane, belastingen, banen, opdrachten,e.d. Kritiek is uiterst gevaarlijk, zelfs als deze constructief en opbouwend is. Elke kritische opmerking wordt makkelijk in de persoonlijke sfeer getrokken. Er is weinig gevoel voor de collectieve belangen van de gemeenschap, er lijken in het politieke denken alleen maar individuele belangen te bestaan. Vandaar zelfs ook enige weerzin tegen deskundige bijdragen van Surinamers van buiten Suriname, zoals van Nederland. Dan liever nog deskundigen van China, Rusland en Brazilië. Die blijven even, en zijn dan voor goed weg. Maar eigen mensen uit Nederland? Die worden direct in denkkaders van de gebruikelijke hokjes en de blokken gevangen.
Frustratie ook waar het gaat om de immigratie van buitenlanders in ons land. Op zich is er geen enkel bezwaar tegen buitenlanders, maar waarom worden ze toegelaten voor werksoorten als supermarkten, winkels met bouwmaterialen en kleding, waar er genoeg arbeidskrachten voor te vinden zijn. Waarom wordt er geen beleid ontwikkeld van selectie, waarbij gekozen wordt voor een immigratie van deskundigen in beroepen waarmee de lokale productie en productiviteit opgevoerd kan worden, en de export zelfs bevorderd kan worden?
Onverwerkt heden
Veel criminaliteit waar het bedrijfsleven en de hele samenleving onder te lijden hebben behoeft in feite weinig verklaring. Het betreft aan de ene kant in belangrijke mate jongeren, die zonder onderwijs en zonder toekomst in de stad leven, en, wat sommigen betreft, ook zonder begeleiding voor de verwerking van vaak pijnlijke ervaringen tijdens de binnenlandoorlog.
Aan de andere kant gaat het om de illegale sector van drugs en smokkel, die door bepaalde krachten in onze samenleving binnen zijn gehaald en door deze worden gevoed. Maar zo leven ook nog steeds veel mensen met de onverwerkte gevoelens van de moorden van december 1982. Hoe krijg je al deze mensen ooit bij elkaar als natie en ontwikkelingsgemeenschap, als er geen gesprekken gevoerd worden met alle relevante actoren om tot oplossingen te komen.
Alternatief
Het alternatief is eenvoudig. Het bedrijfsleven moet betrokken worden bij het Public Sector Reform-programma, want waar moeten alle ‘overtollige’ ambtenaren naar toe, als zij naar de instituten gaan van training en opleiding voor de nieuwe uitdagingen. Er moet verder een effectief structureel overleg komen tussen de sociale partners en er moet een discussie en debat-cultuur in ons land ontwikkeld worden, waarbij tegengestelde meningen geponeerd kunnen worden, zonder dat die direct als aanvallen op de persoon worden ervaren.
Zolang echter internationale conferenties bijgewoond blijven worden door ambtenaren zonder constructieve bijdrage vanuit de eigen Surinaamse ervaring, zolang de aanwending van internationale ‘creditlines’ buiten het bedrijfsleven worden gehouden, zolang er geen nationale dialoog is over gerechtigheid, ontwikkelingsvisie en gemeenschappelijk welzijn in ons land, zal globalisatie de duurzaamheid van onze samenleving alleen maar verder ondermijnen.