Who moved my chees?
zondag 12 december 2004
De roep om veranderingen in Surinaamse organisaties wordt steeds luider Termen als modern leiderschap, innovatieve organisatie, de lerende organisatie, decentralisatie, regionalisatie, total quality management, ISO zijn zo langzamerhand ingeburgerd aan het raken. Wanneer we het hebben over veranderingen kunnen we ruwweg 2 categorie mensen onderscheiden: mensen die veranderingen willen en mensen die geen veranderingen willen. Het populair boek van Dr. Spencer Johnson “Who moved my cheese” beschrijft op uitmuntende wijze deze twee houdingen bij individuen . In deze aflevering presenteer ik u een bewerkte samenvatting van dezet populaire fabel.
Het bejaardentehuis de Mantel aan de Keizerstraat, naast de Sint Agneskerk, is een dagverblijf voor seniore burgers. Het centrum beschikt ook over twee prachtige conferentiezalen, die aan derden worden verhuurd. De afgelopen week verzorgde ik in de grote zaal van het centrum, samen met mijn team een workshop voor topmanagers van een ministerie. Tijdens een van de groepsopdrachten liep ik naar buiten om wat frisse lucht te scheppen. Op het terras zaten een veertigtal seniore burgers te genieten van de nieuwe dag. Een oudere man met een witte vilt op zijn hoofd , ik schat hem op 75 jaar , wenkte me om even naar hem toe te komen . “Ben jij die mijnheer die de artikelen in de krant schrijft?” vroeg hij me op de man af . Ik knikte bevestigend.. We maakten kennis . Hij noemde zijn naam en vertelde me dat hij oom Adolf heet en dat hij meer dan dertig jaar in de Verenigde Staten heeft gewoond. Ik nam plaats op de bank naast oom Adolf . “Luister no my son, ” begon hij “ Ik ga je een verhaal vertellen , een metafoor , een adjers-torie, een fabel. Dit verhaal waarin dieren menselijke eigenschappen worden toebedeeld moet je in de krant voor me publiceren.” De grijsaard inhaleerde diep zijn pijp en begon met zijn verhaal .
Kaas
“In het land Nomérmiekondre ver hier vandaan, woonden heel lang geleden 2 muizen, Ops en Aps genaamd ” begon oom Adolf . In hetzelfde land woonden ook 2 kleine z.g dwergmensen , “sandopie” mensen,. Het opmerkelijke van deze dwergmensen was dat ze net zo klein waren als de muizen . Van hun ouders kregen ze de namen Rom en Ram mee . Deze vier bewoners woonden in een apart deel van het land, een soort grot, zoiets als een doolhof. Ze waren daar geboren en kenden niets anders dan hun doolhof.”
Oom Adolf trok nog eens aan zijn pijp en vervolgde zijn verhaal.
“In het land Nomérmiekondre maakten mens en dier zich om een ding druk: hoe kom ik aan voedsel. De muizen en dwergmensen hadden hun heel leven maar één soort voedsel gegeten : kaas. Zij hadden elke dag kaas nodig om zich te voeden en zich gelukkig te voelen. Het zoeken naar kaas was de belangrijkste bezigheid als de dag aanbrak. Elke ochtend trokken zij hun werkpakjes en veiligheidsschoenen aan om een trip te maken op zoek naar kaas. Het ging niet altijd even gemakkelijk om aan de gelukmakende kaas te komen., want het kaas was net zoiets als geld bij ons; het lag niet voor het grijpen. Je moest een beetje moeite doen om eraan te komen. Het lukte dit viertal dagelijks om iets te eten te vinden. Tot nu toe waren ze nog niet van de honger omgekomen . Ram was heel goed bevriend met Ops en nam zonder dat hij zich ervan bewust was bepaalde gedragspatronen van hem over.
Wonder
“Toen gebeurde er een wonder” zei oom Adolf met een fluisterende stem . “Op zoek naar kaas kwamen ze een dag op een gang terecht en daar stond een groot bord met de woorden “Kaasopslagplaats Ned” . ( afgekort N )
Het viertal wist niet wat ze zagen . Ze keken om zich heen, maakten de deur zachtjes open en wat zagen ze daar? Kaas ….en nogmaals kaas. Ze begonnen van plezier te springen en te dansen . Ze inspecteerden de opslagplaats en kwamen tot de ontdekking dat er voldoende kaas was voor hen allemaal . Hun leven was op slag veranderd . Het enige wat ze moesten doen was een beetje flink knabbelen aan de grote rots met kaas. Vanaf die dag gingen zij elke dag naar Kaasopslagplaats Ned. Ze raakten zo gewend aan de route, dat zij nauwelijks de tijd namen om na te denken over andere routes . Het gemak waarmee ze elke dag hun kaas konden vinden, maakte van hen heel luie mensen . De dwergmensjes Rom en Ram hadden de smaak zodanig te pakken dat zij het besluit namen om hun huisje dichterbij Opslagplaats N te bouwen. Ze hadden nu een lekker lui leven . Ze hoefden niet meer zo hard te werken. Ze sliepen veel, gingen niet op pad om naar kaas te zoeken en hadden de gewoonte ontwikkeld om op sommige dagen gewoon in bed te liggen.
Dit in tegenstelling tot de twee muizen . Die hadden een andere mentaliteit .Ze gingen elke ochtend vroeg naar “Kaassation N ” en inspecteerden de omgeving van het station grondig voordat ze begonnen te eten. Ze vroegen zich steeds af hoe lang deze situatie nog zo zou blijven . ‘Dit is te gemakkelijk; een dagje raakt alles op ‘ zei Ops . ‘We moeten blijven uitkijken naar nieuwe opslagplaatsen.’
Het gesprek met oom Adolf werd onderbroken door personeel van de Mantel die ons een kopje koffie kwamen aanbieden.
Kaas verdwenen ?
Oom Adolf blies op de koffie om deze een beetje af te koelen. Met bevende handen bracht hij het kopje naar zijn mond.. “Ouderdom komt met gebreken mijn zoon. Waar waren we gebleven ?” vroeg hij . “Ik kan niet zo goed onthouden “. Nadat ik hem gezegd verteld had wat het laatste was dat hij vertelde, vervolgde hij zijn verhaal .
“Op een dag gebeurde er iets verschrikkelijk . Toen de hardwerkende muizen Ops en Aps bij Opslagplaats N aankwamen, was er geen kaas te bespeuren . Wat is er gebeurd, wie heeft dit gedaan?’ jammerden ze. Daar ze het station dagelijks inspecteerden, was het hun wel opgevallen dat zij en Rom en Ram niet de enigen waren die de kaasopslagplaats bezochten. Ze hadden gezien dat de kaas steeds minder werd en waren wel enigszins voorbereid op het opraken van de kaas. Ze lieten zich dan ook niet beïnvloeden door de situatie en begonnen meteen serieus te werken aan een nieuw avontuur.
Later op de dag arriveerden Rom en Ram . Ze schrokken zich een ongeluk. Ze hadden al die tijd geen aandacht besteed aan de kleine veranderingen die er plaats vonden. Rom begon te gillen: “Wat!! Geen kaas!! Geen kaas!! Wie heeft mijn kaas verwijderd “ Who moved my cheese? ” zei oom Adolf “Dat is niet eerlijk!!!! De dwergmens Rom was zo geshockeerd, dat hij geen woord kon uitbrengen . Hij bleef een hele poos voor zich uit staren . Uiteindelijk gooide hij zich zelf op de grond een bleef een hele dag roerloos liggen . Het leven is zo zwaar “ zuchtte hij toen hij de kracht verzamelde om op te staan”.
En toen …
Ik complimenteerde oom Adolf voor zijn vertelkunst. “Voordat ik naar Amerika vertrok was ik jarenlang onderwijzer,” vertelde hij.
“En wat gebeurde er verder met het viertal? ” vroeg ik
Onderwijl haalde Oom Adolf een pak tabak uit zijn broekzak en vulde zijn pijp aan . “Luister goed wat ik je nu ga vertellen . Nu ga je begrijpen waarom ik je vraag om dit verhaal in de krant te publiceren.” Hij vervolgde zijn verhaal . “ Terwijl de muizen Ops en Aps bezig waren kaas te zoeken, zaten Rom en Ram te brainstormen en te filosoferen over hetgeen hen overkomen was.” Oom Dolf begon plotseling te lachen. “Waarom lacht U?” vroeg ik hem “Die Rom en Ram doen me denken aan veel Surinamers met min of meer dezelfde mentaliteit . Veel praten analyseren, filosoferen, anderen de schuld geven, terugblikken en weinig besluiten. Nog minder doen,”antwoordde oom Adolf. ‘ Nadat Rom en Ram klaar waren met hun analyses gingen ze hongerig, gedesillusioneerd en ontmoedigd terug naar huis. Ze hadden afgesproken om de komende weken gRomdig over deze kwestie na te denken .
Gewoontegetrouw gingen Rom en Ram de volgende dag naar “Kaasopslagplaats N, maar de situatie was nog steeds hetzelfde. Er was geen kaas . En daar stonden ze beiden. Nadat ze een halve dag lang hadden geklaagd , dacht Rom plotseling aan de 2 muizen. “Waar zijn ze, die klootzakken, die gluiperds? Weten ze iets dat wij niet weten?”
“ Ach het zijn maar muizen “ zei Ram .”Wij mensen zijn toch veel slimmer dan die stommeriken . “Dat mensen slimmer zijn weet ik, zei Ram, “ maar op dit moment zijn we dat niet . We hebben problemen, we hebben geen kaas en leiden honger; ons bestaan is in gevaar. We moeten veranderen . We kunnen niet elke dag hier komen en blijven klagen en praten over hoe goed het vroeger was . We moeten beslissingen nemen en handelen. We moeten moed en daadkracht tonen” zei Ram zelfverzekerd .
“We moeten nieuwe wegen gaan bewandelen en naar andere mogelijkheden uitkijken .”
Rom was het helemaal niet eens met Ram “Waarom moeten we veranderen? Waarom moeten we de dingen anders gaan doen? We hebben het toch altijd zo gedaan?” zei Rom
Ram stelde voor om iets nieuws uit te proberen. “Laten we op zoek gaan naar een nieuwe Kaasopslagopplaats. We kunnen niet steeds hetzelfde blijven doen . Zie je niet dat we goed gek zijn . Er is geen zekerder teken van krankzinnigheid dan hetzelfde steeds opnieuw te doen in de verwachting dat de resultaten zullen verschillen ‘ zei Ram met een gewichtige toon.
Rom was niet te overtuigen toen Ram hem voorstelde om op zoek te gaan naar een nieuwe “Kaasopslagplaats ”. Rom weigerde hardnekkig . Hij was van plan te onderzoeken wat er met de kaas van station N was gebeurd en bovendien was het gevaarlijk om ergens anders te zoeken.
Toerental
Oom Dolf onderbrak het verhaal en leverde commentaar . Het viel me op dat hij een goede scholing moest hebben genoten . “De muizen waren geen conformisten; ze waren pro-actief ” zei oom Adolf . Dit woord heb ik uit je artikelen gehaald . Ik ga je iets wetenschappelijks vertellen over het gedrag van de muizen . De muizen hadden geleerd om langzame geleidelijke processen te leren zien en niet alleen te letten op de dramatische gebeurtenissen .Ik vergelijk de werkelijkheid met een kreek water . Wie bij een kreek gaat zitten en in het water kijkt, lijkt eerst niets te beleven . Maar wanneer je lang genoeg blijft kijken, komt na een kwartier het kreekje plotseling tot leven . Het probleem is dat onze geest heel vaak geconditioneerd is . Onze geest is afgesteld op een bepaald toerental . Het is alsof we iets kunnen zien bij 78 toeren en niets bij 33 .
Acht en zeventig - toeren symboliseert voor mij oud en 33 toeren nieuw . Kijk in de samenleving, dan zie je vele geconditioneerde vastgeroeste “78 toerental” geesten in de politiek, de vakbeweging, in bedrijven en andere organisaties . Het lot van de dwergmensen zal ons bespaard blijven als we niet leren ons toerental te vertragen en geleidelijke processen te zien die vaak de grootste bedreigingen vormen . De liberalisatie, de ontwikkelingen in de technologie, de nieuwe internationale verhoudingen, veranderingen in de gevraagde werkprestaties, commercialisering van het leven , bewustere klanten , de globalisatie, Caricom, FTAA en een assertievere bevolking.”
Nieuw kaasopslagplaats
“Inmiddels hadden de muizen “ Kaasopslagplaats M” gevonden: de grootste die ze ooit in hun leven hadden gezien, met nieuwe kaassoorten. Maar Rom en Ram gingen elke dag terug naar “Kaasstation N ” en vonden geen kaas. Ze raakten snel geïrriteerd, konden met moeite slapen, kregen nachtmerries en werden steeds zwakker. Ze hielden hun eigen armoede in stand hielden door steeds weer hetzelfde te doen Ram was door honger gedreven moe van de situatie en gebruikte zijn voorstellingsvermogen, om een realistisch beeld te vormen over een nieuwe kaasbron. Rom was nog steeds niet te overhalen, dus ging Ram alleen op pad. Ondanks dat hij vreselijk bang was, zette hij toch door. Met veel pijn en moeite bereikte hij uiteindelijk “Kaasopslagplaats M”. Hij ging naar binnen en tot zijn grote verbazing zag hij een enorme hoeveelheid kaas. Voor het eerst in zijn leven had hij zoveel soorten kaas gezien. Plotseling zag hij Ops en Aps . Ze waren blij elkaar te zien en aan hun dikke buikjes kon Ram zien dat ze daar al een poosje vertoefden. Ram was uitgehongerd en begon naar hartelust te eten.. Ram dacht er aan om terug te gaan naar Station N om zijn vriend Rom te gaan halen, maar hij realiseerde zich dat hij te vaak geprobeerd had hem te overhalen. “Het is moeilijk hazen vangen met onwillige honden”, dacht Ram. Om Rom te overtuigen dat hij de oude situatie vaarwel moet zeggen en naar nieuwe wegen moet zoeken om te overleven, moet hij zich openstellen voor andere zienswijzen en dat is nou het probleem. Rom zou zijn eigen weg moeten vinden. Ram inspecteerde zijn nieuwe omgeving Hij nam de werkcultuur van de muizen over en anticipeerde op onverwachte veranderingen, door nieuwe gebieden te gaan verkennen.
Terwijl Rom bezig was na te denken, hoorde hij opeens voetstappen dichterbij komen. Was het Ram? Nee het was een illusie . Rom ging in gebed en wachtte………. .
Nagesprek
Dat is inderdaad een heel mooi verhaal” complimenteerde ik mijn, nieuwe - oude vriend .
“Ik ga je twee vragen stellen “ zei oom Dolf. “ Op de eerste plaats wil ik van jou weten wat je uit dit verhaal heb geleerd en verder wil ik van je weten of je de mentaliteit van de Surinamer terugvindt in dit verhaal . Ik reageerde alsvolgt “ Uw verhaal gaat over mentale modellen, manieren van denken en handelen . Het is een prachtig verhaal hoe je kunt omgaan met veranderingen in het werk en in je persoonlijk leven .Het denkpatroon van de muizen bijv is doorslaggevend voor wat ze doen. Ze waren geen gewoontedieren, maar hadden een cultuur van permanente verandering ontwikkeld . .Ze hadden leiderschapsinstincten. Ze gingen niet rusten toen ze Kaasopslagplaats N en M hadden gevonden, maar waren steeds op zoek en hielden rekening met veranderingsprocessen . Ze hebben onder dringende omstandigheden vastbesloten en resoluut gehandeld . Een belangrijke strategie van ze was de kritische, objectieve kijk op de werkelijkheid die ze hadden ontwikkeld . Wie wil overleven moet nauwgezet vaststellen wat de werkelijkheid is. Dat betekent heel vaak dat je open ogen moet hebben, soms heb je ogen van buitenstaanders nodig om de situatie voor je in kaart te brengen . Het handelen van de muizen is toekomst- en veranderingsgericht Ze leefden niet alleen in het heden, maar ook in de toekomst; ze waren pioniers. Ram had zijn gedrag naar dat van de muizen gemodelleerd
De muizen hielden de externe realiteit goed in de gaten . Ze hielden hun ogen niet gesloten voor de buitenwereld Zij gingen dagelijks op pad, omdat ze zich realiseerden dat er eens een eind zou kunnen komen aan de makkelijke situatie.
De ontwikkelingsrelatie met Nederland zouden we best kunnen vergelijken met Kaasopslagplaats N . Andere voorbeelden zijn de monopoliesituatie van de EBS, SLM/KLM, Telesur. En onze grote focus op kaasopslagplaatsen als Bauxiet, Rijst en Goud. De patronagepolitiek , de non-productieve cultuur bij de overheid doen me denken aan het gedrag van Ram. Het gedrag van de dwergmensen doet me verder denken aan Surinaamse ondernemingen die geen acht slaan op de mondiale ontwikkelingen, waar liberalisering en het toverwoord is geworden.
Er zijn gelukkig veel soortgenoten van Ops en Aps in ons land. Veel managers in bedrijven weten dat ze efficiënter moeten gaan werken door verspilling tegen te gaan, een overleveringsstrategie te formuleren en het veilig stellen van de toekomst door bijv te saneren, automatiseren en hun menselijk potentieel beter te gebruiken . Ze proberen de goede dingen . Ze trekken net als de muizen erop uit om met belanghebbenden te praten, of dit nu burgers, klanten, werknemers, leveranciers, verkopers managers of gewoon geïnteresseerden zijn . Ze luisteren en houden contact . Het is een mentaliteit.”
“En what about de dwergmensen “ vroeg oom Adolf
“Die komen we elke dag tegen. Mensen die weinig of geen enkele poging doen om zelf een oplossing te zoeken voor de hangende problemen des levens . Ze blokkeren zichzelf Ze doen niets en wachten net als Rom op een wonder. Rom hanteert de angststrategie. Hij weet niet wat hem te wachten staat en heeft daarom de behoefte zich in te dekken, te beschermen, te verdedigen en in zijn veilige zone te blijven. In deze snel veranderende maatschappij moeten we allemaal Opsen en Apsen worden . Alleen dan kunnen we de juiste mentaliteit en energie ontwikkelen om op een creatieve manier mede vorm te helpen geven aan onze toekomst .”
Literatuur
1. Who moved my change – Dr Spencer Johnson
2. Leren veranderen, Leon de Caluwe en hans vermaak, Kluwer, Deventer 2002