Wereldbeeld 9
vrijdag 15 oktober 2004
De onlangs gevoerde debatten tussen de zittende Amerikaanse president George W. Bush, afkomstig uit de Republiekeinse partij en zijn uitdager John Kerry van de Democratische partij, zijn in de Verenigde Staten zelf maar ook in andere landen wereldwijd, onder grote publieke belangstelling gevoerd. De televisie-kijkcijfers liepen hierbij in de honderden miljoenen.
Tijdens drie debatten in afwisselellende settings, zijn deze beide kemphanen niet erg zachtzinnig door moderators (discussieleiders) aan de tand gevoeld.
Ook in de interviews na elk debat hebben doorwinterde journalisten de kandidaten niet gespaard en zelfs de meest indringende vragen werden zonder blikken of blozen gesteld waarbij hun niet gegund werd deze te ontwijken!
Opmerkelijk tijdens de gevoerde debatten was dat ze, ondanks grote verschillen van inzicht hoe de problemen van hun land op te lossen en de hardheid waarmee zij hun standpunten verdedigden, wederzijds respect voor elkaar toonden.
Geen moment werd er door één hunner een poging ondernomen om elkaar op het persoonlijk vlak een hak te zetten en was bij beide de rode draad de kiezers, en vooral de zwevende onder deze, voor zich te winnen.
Vergelijk hierbij politieke campagnes in ons land waarbij het voor de kandidaten meestal zaak is de ander met “de billen bloot” te tonen aan het kiesvolk!
Het is vooralsnog niet te voorspellen wie deze race naar het Witte Huis, dus het presidentschap, voor de komende 4 jaar, gaat winnen; zelfs de grootste pundits (wijsneuzen, politieke analisten) wagen zich hier niet aan.
Hoe vreemd het op het eerste gezicht ook mag lijken, wie de verkiezing wint maakt in principe weinig uit voor de rest van de wereld.
Buitenlands beleid uit Washington, of het nu komt van een Democratische - of Republikeinse President, verschilt door de jaren heen weinig van inhoud; de norm is immers voor elke zittende president in de eerste plaats het belang van de USA zèlf!
De Verenigde Staten zijn het land dat de toon zet in de wereld, of sommigen dat leuk vinden of niet, en het democratisch stelsel, het oudste nog bestaande in de wereld, zorgt ervoor dat geen president uit de maat kan lopen; zelf als deze het zou proberen en er een poosje mee vandoor kan.
[De afzetting indertijd van de roemruchte Richard Nixon speelt in deze boekdelen.]
Het zou daarom voor wereldleiders en zeker voor leiders uit Derde Wereldlanden z.a. Suriname, interessant én vooral leerrijk zijn als zij zich verdiepen in het functioneren van de democratische instituties van dat land.
Hierdoor kan men beter begrijpen welke de drijfveren zijn bij het nemen van beslissingen genomen in Washington die invloed hebben op de VS zélf en op de rest van deze aarde.
Het volgen van het politiek steekspel in de V.S. is voor vele ontwikkelde landen z.a. in Europa maar ook in die welke zich binnenkort bij die selecte club willen aansluiten z.a. China, Brazilië, Chili en misschien zelfs Trinidad, een “fact of life”.
Vele ontwikkelinglanden echter interesseren zich slechts vooral voor wat zich binnen de eigen landsgrenzen afspeelt en dit aspect kan maken dat ze daarom zullen blijven wat ze zijn: achtergebleven ontwikkelingslanden die steeds de boot missen.
Zoals Maureen Silos het zo mooi zegt: kiezen voor armoede is een (bewuste) keuze!