DE STAAT VAN SURINAME V: Hoog Risico
zaterdag 27 maart 2004
Onvoldoende hebben wij tijdens de onafhankelijkheid in 1975 stil gestaan bij de kwaliteiten die nodig zijn om als zelfstandige natie overeind te blijven in de moderne wereld
Zo zijn wij ondere andere veel minder international georienteerd dan vereist is in het leven anno 2004.
Ons buitenlands beleid, zo dat er werkelijk is, komt uitermate zwak over en vaak genoeg slagen de beleidsmakers er niet in om het Surinaams belang goed te kunnen verdedigen.
Hoe is het anders te verklaren dat men vrijwel alles tekent wat ons onder de neus gedrukt wordt?
Zonder zich er goed rekenschap van te geven welke eventuele gevolgen het tekenen van verdragen wel voor ons land heeft?
Bekend in dit verband is de grote blunder waarbij het voormalige staatshoofd, Jules Wijdenbosch een verdrag tekende waarbij hij zelf niet het flauwste benul had wát hij eigenlijk deed!
Achteraf kwam hij met de flauwe smoes, om zijn onkunde op dit stuk te verbergen, dat hij “symbolisch” voor Suriname getekend had.
Neen; laten wij met betrekking tot het voorgaande liever een voorbeeld nemen aan landen als bv. China, Brazilie, de V.S en Israel.
Deze teken slechts verdragen en overenkomsten waarbij het belang van hun land op de allereerste plaats komt en als dit, naar hun mening, niet zo zou zijn wordt er niet getekend, al krijgen ze hierij de hele wereld tegen zich.
Zo weigerde bv. de V.S. bv. om het Kyoto verdrag dat de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen regelt te tekenen; Brazilie verdragen die het auteurs- en merkenrecht regelt.
Eenvoudig omdat deze landen vonden dat de positie van hun land hierin onvoldoende gewaarborgd was.
Het meest sprekende voorbeeld is mischien wel van Israel die zelfs verordeningen van de Veiligheidsraad van de V.N. aan haar laars als als zij meent dat hiermee haar nationale veiligheid in het geding is!
De grenskwesties
Iedereen die geen vreemdeling in Juruzalem is weet dat er in ons land gebieden door onze buurlanden, Guyana in het westen en Frankrijk in het oosten , worden betwist.
Plotseling is er sinds enige jaren ook een door Guyana betwist zeegebied bijgekomen voor de monding van de Corantijn-rivier, nl. het gebied ten oosten van de zg. 10 graden lijn.
Nu hebben alle regeringen vanaf de onafhankelijkheid- tot 2000, zeer weinig werk ervan gemaakt om de grensproblematiek in het oosten zowel als in het westen tot oplossing te brengen en heeft men de zaak, zoals de gewoonte in de Surinaamse politiek is, steeds voor zich uitgeschoven.
Toen ons land daarom in 2000 geconfronteerd werd met de brutale Guyanese handeling om binnen ons zee-territoriaal naar olie te laten boren en de president Wijdenbosh er een gepast antwoord op gaf, door het boorplatform te laten verwijderen, was de kiem gelegd voor het conflict waarmee de regering Venetiaan nu in haar volle omvang mee geconfronteerd wordt.
Heeft deze regering zich de laatste jaren in slaap laten sussen door de ogenschijnlijke timide houding van Guyana op dit stuk, de ware ernst van de Guyanese kant is thans overduidelijk.
De tekenen waren toen in 2000 echter reeds zichtbaar.
Het is daarom mischien aanbevelenswaardig om de verklaringen en handelingen van de beide presidenten Wijdenbosch en Jagdeo, erop na te lezen.
Zoals de Guyanezen het destijds zelf in Jamaica hebben gezegd: “let’s sweet-talk them and deal them the final blow later!” (laten we ze stroop om de mond smeren en hun de genadeslag later toe te dienen!)
Ook de houding van president Jagdeo tijdens de gesprekken in Jamaica spreken boekdelen en het is daarom des te verwonderlijker dat de huidige leiding in dit land niet heeft ingespeeld op het initiele succes dat Wijdenbosch op zowel diplomatiek als militair niveau had geboekt.
Maar dit tekent de Surinaamse politiek ten voeten uit; bang iets te doen waarmee de ander weleens zou kunnen scoren!
Ook in het oosten kunnen er problemen opdoemen en wel op het meest onverwachte moment.
De regering mag mischiem wel denken dat het allemaal koek en ei is met de Fransen; zij zal wel merken dat deze houding 180 graden gaat veranderen op het moment dat er bv. hele belangrijke delfstoffen in de betwiste driehoek in het zuid-oosten zullen worden gevonden.
Dan zal zij ervaren hoeveel er dan nog van de vriendschappelijke houding van deze zelfde Fransen over is!
In de politiek op het internationale niveau tellen immers slechts belangen en vooral: economische belangen.
Doch hoe het ook zij, het is zonneklaar dat dat de totale grensproblematiek op de meest korte termijn en met name die met Guyana, een oplossing behoeft.
Achterom kijken en daarbij ook nog de voormalige kolonisator de schuld geven zal geen oplosing brengen.
Niet dat hiermee gezegd zou zijn dat we Nederland niet moeten aanspreken op grond van haar historische verantwoording die zij overgens zelf toegeeft; immers hebben zij zwart op wit aangegeven op 25 nov 1975, welke zij als de grenzen erkent en de bereidheid tot volledige ondersteuning waar dat binnen haar vermogen ligt.
Ook het aanwijzen van schuldigen onder ons is niet relevant want hier speelt een nationale zaak.
Een groot belang staat op het spel en mischien in het verlengde hiervan, zelfs de nationale veiligheid.
Si vis pacem, para bellum
If you want peace, prepare for war (als je vrede wil, bereidt je voor op oorlog)
Een gezegde van de Romijnse militaire strateeg, Flavius Renatus (ca. 390 A.D.)
Reeds toen waren leiders ervan doordrongen dat onderhandelen vanuit een positie van (militaire) sterke beter is dan uit één van zwakte!
Tegenwoordig is dit natuurlijk ook een gezegde uit de internationle arena van de diplomatie.
Niet verwonderlijk overgens; het is nu eenmaal zo dat diplomatie gebackt moet worden door de bereidheid om resolute daden te kunnen stellen, mocht de tegen- partij andere, minder vreedzaame bedoelingen, hebben.
Het zou naief van Suriname zijn om dit devies niet degelijk ter harte te nemen.
Hoewel geen van beide landen gebaat zouden zijn bij een gewapend conflict, God behoede het, mag het nooit zo zijn om Guyana slechts op haar woord te geloven.
Van onze westerburen hebben we trouwens al eerder meegemaakt dat zij indertijd met geweldadige midelen zich van ons grondgebied hebben meester gemaakt en dat, hoewel er een verdrag ter demilitarisering was gesloten in de begin jaren 70 van de vorige eeuw nl. het verdrag Chacaramas zij dit (ziedaar: uit hoofde van hùn belang) aan de militaire laars gelapt hebben.
Ons land heeft er dus alle baat bij dat de gewapende macht belast met de verdediging van ons grondgebied terdege is uitgerust om weerstand aan uitdagingen en provocaties te kunnen bieden, al was het alleen maar door de kracht die er dan van uit straalt.
Het is daarom des te noodzakelijker om deze gewapende macht, bestaande uit land-, lucht- en zeemacht, adequaat uit te rusten en de beste training welke mogelijk is te geven.
En niet alleen met het oog op een eventuele Guyanese dreiging; in de gevaarlijke wereld van tegenwoordig is het echt niet ondenkbeeldig dat ons land te maken zou kunnen krijgen met de dreiging van het international terrorisme.
Helaas schat de huidige regering het belang van het bovenstaande slechts in beperkte mate in.
Hoeveel van de begroting gaat er naar het leger, bitter weinig; zeker als we de lonen en salarissen niet meerekenen.
Zeer waarschijnlijk zit het opgelopen trauma met het leger uit de tachtiger jaren er nog diep in.
Hoewel het vraagstuk van de onderwerping van het leger aan een democratisch gekozen regering zelfs na jaren nog niet voledig is opgelost, zeker in de gedachten- wereld van een leider als president Venetiaan, zullen wij toch moeten voortgaan om onze democratie zodanig te versterken dat het leger optimaal kan functioneren en die plaats kan innemen in onze samenlevig welke het leger bv. in een Brazilie en in de V.S. inneemt.
Maar dan moet het niet meer stiefmoederlijk behandeld worden en letterlijk geintegreerd worden in de maatschappij!
Oplossingen, oplossingen
Vanwege onze laksheid in het verleden is het begrijpelijk dat een model ter oplossing van de grensproblematiek, in ieder geval met Guyana, niet een, twee, drie uit de mouw te schudden is.
Er zijn natuurlijk zoals gebruikelijk, genoeg “sabi sos” (wijsneuzen) te vinden die denken dat we het allemaal wel eventjes zullen klaren; de waarheid is echter dat wij een maritiem verdrag hebben getekend met eventueel vérstrekkende gevolgen, terwijl we ons dan weer juist gelimiteerd hebben om via het Internationaal Gerechtshof de algehele grensproblematiek als één zaak aan de orde te kunnen stellen.
Guyana heeft met succes de zaak ontkoppeld en ons voor een voldongen feit gesteld.
Wij zullen ons naar beste kunnen moeten verdedigen, en we hebben sterke troeven in handen, bij dit Zeerecht Tribunaal in Hamburg, Duitsland, dat onder de V.N. valt.
Het is natuurlijk te hopen dat de regering van dit land vollédige openheid van zaken aan het volk rondom dit proces geeft, zonder natuurlijk strategie en geheime zaken openbaar te maken.
Het moet echter duidelijk zijn dat we ons onder geen voorwaarde moeten gaan onderwerpen aan al de toegevoegde bepalingen die onze westerburen eisen.
Tegelijkertijd moeten wij zeer duidelijk aan president Jagdeo maken hoe wij een aantal zaken zien.Dit dient uiteraard niet in een tète-a-tète tussen het Boegbeeld van onze diplomatie, Marie Levens en Insanally (min. van Buitelanse Zaken van Guyana) te geschieden maar volledig transparant, zodat een ieder weet wát er speelt.
De volgende belangrijke punten zouden deel kunnen uitmaken van de boodschap: De Corantijn is over de volle breedte van Suriname en wij onderhandelen hierover niet.
De Driehoek moet, ingevolge het gesloten verdrag, binnen een betrekkelijke korte tijd gedemilitariseed worden, vooruitlopend op een eventuele gang naar het Inernationale Gerechtshof in Den Haag.
Indien Guyana hier geen oren naar heeft zullen wij op diplomatiek niveau acties moeten ondernemen, bv. binnen Caricom maar moeten uiteindelijk resolute daden niet uitsluiten doch zelfs overwegen.
Er moet met onmiddelijke ingang in ons zeegegied intensief gepatroulleerd worden; ook binnen het door Guyana betwiste gebied; er zijn immers nog geen beperkende bepalingen gesteld door het VN. Zeerechttribunaal, zo zij die zouden kunnen stellen.
Wij moeten doorgaan met praten met de Guyanzen, er behoort immers altijd een kanaal van communicatie open te staan en via dit kunnen we duidelijk maken aan Jagdeo en gevolg waar zij naar onze mening staan; NOWHERE!!
Tenslotte kan het leger, en zeker ook politie en douane met onmiddellijke ingang zeer strenge controle aan de westgrens beginnen uit te oefenen zodat onze natuukijke rijkommen niet meer doorlopend de grens worden overgedragen.
Het hebben van een goede buur is belangrijk en gezamelijk zouden we heel wat activiteiten ten gunste van beide volkeren kunnen ontplooien maar ook hier geldt het gezegde: “it takes two to tango” (om iets te bereiken zijn beide partners voor nodig)!