Structuurfouten in onze Elektriciteitssector
zondag 29 februari 2004
Inleiding
De opvatting hoe de elektriciteitsvoorziening in een land moet zijn georganiseerd is al jaren sterk gewijzigd. Internationaal heeft zich een trend afgetekend in de richting van liberalisering en privatisering van de elektriciteitssector. Wat eigenlijk in enkele Zuid-Amerikaanse landen begon als een experiment om hun in het slop geraakte economie weer op het juiste spoor te zetten, heeft zich als een inktvlek over de gehele wereld uitgebreid. Achtereenvolgens hebben ook Engeland, de Scandinavische Landen, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw Zeeland, Brazilië en daarna ook de landen van de Europese Unie hun elektriciteitssector geliberaliseerd.
Alle tekenen wijzen erop dat deze internationale trend zich voortzet. Ook in Latijns Amerika en het Caribische gebied zagen we deze opvattingen over de structuur van de energiesector post vatten. Reeds op de in november 1998 te Santo Domingo georganiseerde Olade -conferentie (Enerlac ’98) plaatsten diverse sprekers uit de regio de ontwikkelingen in hun land in dit kader. Gesteld werd dat de ontwikkelingen in de energiesector van toon¬aan¬gevende landen in de regio, zoals bijvoor¬beeld Brazilië, Venezuela en Trinidad, niet los mogen worden gezien van de ont¬wik¬kelingen in de rest van de wereld: het openstellen van financiële markten en het ontwikkelen van nieuwe met de liberalisering samenhangende econo¬mische modellen. Toen al onderkende men dat de Regio in de deze eeuw geplaatst zou worden voor deze uitdagingen.
Nationaal zien we dat bedrijven staan te dringen om een deel van de elektriciteitsproductie voor hun rekening te nemen, een ontwikkeling die we zeker niet los mogen koppelen van bovengeschetste internationale ontwikkelingen. Recente voorbeelden van gevallen waarbij deze onafhankelijke elektriciteitsproducenten (Independent Power Producers) aankloppen zijn: het aanbod van Suralco om zijn elektriciteitssurplus te verkopen en ook het aanbod van een “Wartzila/SPGC” zware olie centrale. Ook andere bedrijven hebben aangeboden elektriciteit te produceren.
Wat betekenen deze ontwikkelingen nu voor de energiesector van ons land? Worden we mee¬gezogen door de internationale ontwikkelingen? Moeten we het allemaal op ons af laten komen? Kunnen we ons hierop voorbereiden en hoe moet dit geschieden? Zullen we weer te laat zijn? Of zijn we al niet te laat?
Zo kunnen we, in paniek gebracht door de ontwikkelingen, oneindig veel meer vragen bedenken. De kunst is echter het hoofd koel te houden en de enige juiste vraag in dit verband te stellen: hoe kunnen we de energie¬sector voor de komende tijd zo (her)structureren dat het “werkt”, rekening houdend met de mogelijkheden van ons land en de inter¬nationale onwikkelingen? Met “werken” bedoelen we in dit geval verhoging van de welvaart en het welzijn van de burgers, en verbetering van de concurrentie¬positie van Suriname in de wereld.
Een andere vraag is: hoe kunnen we de draad weer oppakken en adequaat richting geven aan deze ontwikkeling van de Surinaamse energiesector?
Dit essay wil de structurele tekortkomingen in onze huidige elektriciteitsector bloot¬leggen, zodat de antwoorden op deze twee vragen alsook de rol die wij daarbij moeten spelen, logischerwijs hieruit volgen.
De historische ontwikkeling van de energiesector in ons land
De wijze waarop onze huidige elektriciteitsvoorziening is geregeld is een product van meer dan 50 jaar historische ontwikkeling.
Toen in 1909 een aanvang werd gemaakt met de openbare gasverlichting verzorgt door het Nederlands Indisch Gasbedrijf (NIGM) kon men nog niet vermoeden dat deze onderneming in 1932 zou starten met een elektriciteitsbedrijf. De elektriciteitsvoorziening nam evenwel in het toenmalige “West Indië”(Suriname en de Antillen), een grotere vlucht dan in Nederland zelf, dat in het begin van de veertiger jaren ook nog gebukt ging onder de Duitse bezetting.
Begonnen met een centrale van ca 1 MW(1932), groeide onze elektriciteitsvoorziening uit tot ruim 11MW in 1955 en de naam(NIGM) van de onderneming werd veranderd in Overzeese Gas en ElektriciteitMaatschappij (OGEM). De voorziening van de OGEM was toen beperkt tot het hoofdstedelijk gebied, terwijl de overheid de voorziening van de districtsgebieden en meerdere geïsoleerd gelegen dorpen in ons binnenland met kleine lichtmotoren verzorgde.
Een belangrijk moment brak aan toen er 1968 elektriciteit beschikbaar kwam van de Brokopondo Waterkrachtcentrale. Door Suriname werd toen een onderneming opgericht, de NV. EBS, die in een jointventure met de OGEM de openbare elektriciteitsvoorziening vanaf 1972 onder een landelijke concessionele monopolie ging verzorgen, mede gebruikmakend van deze hydro-elektriciteit. In 1974 werd in dat kader ook het eerste significante wetgevingsproduct ter regulering van deze sector afgekondigd: de “Algemene en Aansluitvoorwaarden voor aansluiting en/of levering van elektrische energie door de NV. Energie Bedrijven Suriname, anders dan volgens bijzondere contract.” Een voor de toen heersende omstandigheden en de beoogde doelen zeer geschikt reguleringsinstrument.
In 1982 werd de jointventure beëindigd, en alle aandelen van de vennootschap(EBS) kwamen in handen van de Surinaamse overheid.
Bij de afsluiting van het vorig millennium, omvatte het verzorgingsgebied van de EBS al zowat de totale kuststrook en het gebied ten noorden van het Brokopondo stuwmeer, hetgeen totaal ruim 500 miljoen KWH/jaar inhield, met de hoogste netbelasting van ca 80 MW.
Thans is dit respectievelijk meer dan 600 miljoen KWH/jaar en meer dan 100MW.
Huidige structuur elektriciteitsvoorziening
De huidige organisatie van de elektriciteitsvoorziening laat zich gemakkelijk becommentariëren aan de hand van figuur 1. Deze figuur geeft op conceptueel niveau de huidige structuur van de elektriciteits¬sector weer. Te zien is dat het huidige elektriciteitsbedrijf (EBS) verticaal geïntegreerd is: de elektriciteitsproductie, het elektriciteittransport, alsook de distributie en levering daarvan, zijn in één bedrijf ondergebracht. Praktisch alle verbruikers, op enkele grote energieverbruikers na (Suralco), zijn gedwongen klant van de EBS. Suralco neemt geen elektrische energie af van EBS, omdat zij voor eigen verbruik zelf elektriciteit produceert. Haar surplus aan opgewekte elektriciteit wordt verkocht, o.a. aan de EBS.

De pijlen in de figuur representeren de afspraken c.q. contracten die EBS met zijn zakelijke relaties (klanten en elektriciteitsleveranciers), heeft gesloten. In de meest algemene zin gaat het om de aansluitvoorwaarden waaraan de klanten moeten voldoen om aan het net te kunnen worden aangesloten en de aankoop- en verbruikstarieven; wat betaald moet worden voor de door de EBS opgekochte respectievelijk door de klant verbruikte elektrische energie.
Deze huidige structuur van de elektriciteitssector is onder druk komen te staan door de internationale en nationale ontwikkelingen.
Om dit te illustreren, is in figuur 2 een situatie geschetst waarmee we in feite reeds geconfronteerd werden, gezien recente ontwikkelingen in de sector.
Aan de aanbodzijde van de elektriciteitssector treffen we op dit moment de
volgende actoren aan:
- de EBS in de rol van elektriciteits¬producent,
- de Suralco als leverancier van surplusenergie,
- Staatsolie en de olie-importerende bedrijven.

Aan de zijlijn staan reeds enige tijd nieuwe geïnteresseerden zich warm te lopen om ook mee te doen. Met meedoen bedoelen we in dit geval het in deze markt produceren of doen produceren van een hoeveelheid elektriciteit. Het ontbreken van duidelijke en non-discriminatoire spelregels is één van de oorzaken dat sommige potentiële aanbieders nog niet participeren of zich nog niet als zodanig hebben aangemeld.
Analyse van de huidige structuur
Om de onduidelijkheid in de spelregels goed bloot te kunnen leggen, is het handig gebruik te maken van een economisch model dat dicht tegen de huidige situatie aan ligt. Economisch gezien hebben we te maken met een elektriciteits¬markt die gekenmerkt wordt door een aanbod- en een vraagzijde. Aan de aanbodzijde hebben we te maken met een bepaald aantal aanbieders van elektriciteit, aan de vraagzijde met de verbruikers van elektriciteit. De verbruikers kunnen niet rechtstreeks kopen van de aanbieders, zoals dat op een reguliere markt wel kan. De elektriciteit van de aan¬bieders wordt opgekocht door één opkoper die deze dan weer door¬verkoopt aan zijn klanten, de verbruikers. De enige opkoper die namens de verbruikers (de gemeenschap) optreedt, moet door onderhandelen een optimale verhouding van prijs / kwaliteit voor de totale elektriciteits¬voorziening realiseren. Als de enige opkoper deze rol consequent kan vervullen, ontstaat er een dynamische marktsituatie met aanbieders die elkaar beconcurreren op prijs / kwaliteit, wat de gemeen¬schap ten goede komt.
Waar wringt nu de schoen?
Als eerste moeten we constateren dat we te maken hebben met een belangenconflict. De EBS vervult in het voorgaande economisch model de rol van enige opkoper en tevens die van elektriciteitsproducent. Het belangenconflict wordt evident als de vraag gesteld wordt of de EBS in de rol van enige opkoper elektriciteit bij EBS(als elektriciteits¬producent) zou kopen als deze elektriciteit vergeleken met die van andere aanbieders veel duurder zou zijn.
Andere, minstens even belangrijk vragen die aanbieders op de elektriciteits¬markt stellen zijn:
- onder welke voorwaarden mag een nieuwe aanbieder meedoen met het spel?
- mag de enige opkoper een aanbieder boven een andere verkiezen op andere dan economische gronden!?
- is er geen vorm van interne subsidie? Overhevelen van een deel van de winst van EBS in de rol van enige opkoper (monopolist) naar EBS in de rol van elektriciteitsproducent?
Deze analyse geeft precies aan waar de schoen wringt. Door een min of meer door de historie bepaalde ontwikkeling is de elektriciteits¬voor¬ziening in ons land terechtgekomen in een situatie die het beste te karakteriseren is aan de hand van het zojuist geschetste economisch model dat gekenmerkt wordt door belangen conflicten.
Omdat wij ons tot nu toe onvoldoende hebben gerealiseerd dat de structuur van de elektriciteitsvoorziening wezenlijk verandert wanneer nieuwe aanbieders op de elektriciteitsmarkt gaan opereren, hebben wij de spelregels niet of onvoldoende aangepast. (Heel vroeger was die mogelijkheid immers nauwelijks reëel te noemen)
Het gevolg hiervan is dat de min of meer ongeschreven spelregels naar eigen inzicht worden toegepast wanneer nieuwe aanbieders zich aandienen. De vragen die we naar aanleiding van de analyse stelden, geven in essentie de wanhoop weer die zich meester maakt van nieuwe bonafide aanbieders wanneer ze worden geconfronteerd met een instantie die ad hoc de ongeschreven spel¬regels toepast. De vertwijfeling is compleet wanneer blijkt dat deze instantie ook zelf in meerdere hoedanigheden (enige opkoper, elektriciteitsproducent, elektriciteitstransporteur en elektriciteitsdistributeur) optreedt, en het overheidsstandpunt vaak ook bepalend kan beïnvloeden.
Behoefte aan (her)structurering van de elektriciteitssector
Wat leert bovenstaande analyse ons? Dat ons land lang genoeg te maken heeft gehad met een elektriciteitssector die wat betreft structuur, organisatie en spelregels, te lang teert op een erfenis uit het verleden. Een structuur die door de ontwik¬kelingen in eigen land reeds is achterhaald en daardoor een hindernis vormt voor de economische ontwikkelingen in ons land. Sinds 1965 (Waterkrachtcentrale te Afobaka), zijn er na het uitblijven van de realisatie van het Kabaleboproject en het Low Speed Dieselproject, geen op de lange termijn afgestemde investeringen gerealiseerd voor de elektriciteitsproductie.
Willen wij in de toekomst ook nieuwe deelnemers in de sector verwelkomen, dan moet naast een gezonde investeringsklimaat, ook de energiesector zo georganiseerd zijn dat de nieuwkomers gemakkelijk op een verantwoorde wijze in het systeem kunnen worden ingepast. Hiermee bedoelen we dat de structuur van de elektriciteitssector een dusdanig consistent geheel is, dat deze niet steeds hoeft te worden aangepast om nieuwe aanbieders te accommoderen.
Een Energiewet
Omdat de elektriciteitsvoorziening ook een nutsfunctie vervult, zal de herstructurering van de energiesector en daarbij behorende spelregels via de wet (een energiewet) moeten worden geregeld. Een energiewet voor de energie¬sector is belangrijk, omdat het als kader dient voor alle andere wettelijke regelingen waaronder inbegrepen die voor het liberaliseren en verder privatiseren van de sector. Een gebrekkig juridisch en institutioneel kader heeft tot gevolg dat financiers en / of investeerders er minder vertrouwen in hebben dat eenmaal aangegane overeenkomsten met deelnemers ook strikt worden nageleefd. Voor¬schriften en regelingen voor ondernemers, en ook het optreden van die ondernemers zelf, moeten voldoen aan de wetgeving betreffende energie met de energie¬wet als basis.
Hoe belangrijk is die energiewet nu?
Financieringsinstanties hebben hun beleid bijgesteld, toen ze werden geconfronteerd met de liberalisering en privatisering in de energiesector. Ook de IDB (Inter- American Development Bank) bijvoorbeeld, past een nieuw beleid toe waarbij zij deelname van de particuliere sector in de energiesector stimuleert. De essentie van dit nieuwe beleid is dat er mondiaal regels en finan¬cierings¬voorwaarden worden geïntroduceerd, waarmee internationale financieringsinstituten concur¬rentie¬vervalsing op internationale schaal zo veel mogelijk tracht te voorkomen.
Deze nieuwe, op de vrijemarkteconomie afgestemde financierings¬voorwaarden van internationale financierings¬instanties vormen nu ook een drijvende kracht achter de ontwikkeling van de energiesector. Een belangrijke voor¬waarde is dat elk land, dus ook Suriname, een transparante energie¬wet bezit die op zijn minst een niet-discriminatoire toegang van nieuwe energie¬producenten op de binnen¬landse elektriciteits¬markt garandeert.
Zonder een transparante en non-discriminatoire energiewet krijgen we projecten voor de productie van elektriciteit voortaan moeilijk of niet gefinancierd. Het gevolg hiervan is: geen ontwikkeling in de sector en dus stagnering of geen ontwikkeling in Suriname.
Een nieuw begin in de ontwikkeling de energiesector
Met de totstandkoming van het Brokopondo-stuwmeer en de waterkrachtcentrale te Afobaka, werd Suriname op de wereldkaart geplaatst.
Wij moeten de ambitie hebben om Suriname weer te veranderen van een, op dit stuk althans, voornamelijk naar binnen gekeerde samenleving, naar een herboren natie die haar positie in de nieuwe wereld weer wil verdienen.
Het streven naar een duidelijk gestructureerde energiesector die goed aansluit op de nationale en internationale ontwikkelingen in de regio is hierbij een noodzakelijke voorwaarde.
Op korte termijn moeten wij ons sterk maken voor (her)structurering van de energiesector. De totstandkoming van een energiewet is onlosmakelijk hieraan verbonden.